De lucht in.

Als Frits wakker wordt springt hij meteen zijn bed uit. Het is nog vroeg, het is zelfs nog een beetje donker. Met een zwaai gooit hij de gordijnen open om naar buiten te kunnen kijken.
Hij ziet bijna niets. Verbaasd kijkt hij nog een keer.
Er is echt niets te zien. De tuin, de straatlantaarns, de huizen waar hij anders zo naar binnen kan kijken. Allemaal weg. Allemaal grijs.
Het mist. Het mist heel erg.
De tranen springen in zijn ogen. Mist. Waarom ? Waarom net vandaag ?
Frits laat de gordijnen open en kruipt verdrietig weer in zijn bed.
Een hele tijd later komt mama zijn kamer in.
"Wat is dat nou "? vraagt ze, wijzend naar de gordijnen. "Heb je nu al weer naar buiten gekeken "?
Dan ziet ze de tranen op Frits zijn gezicht.
"Waarom heb je zo'n verdriet "? vraagt ze en ze knuffelt Frits eens stevig.
"Het is rotweer. En als het rotweer is dan ..." Frits kan niet verder meer praten door de tranen die nu al weer komen.
Nu snapt mama het. Ze moet er zelfs een beetje om lachen, maar als Frits met een hele boze blik naar haar kijkt stopt ze gauw. Ze kijkt uit het raam. "Ik denk dat die mist niet zo lang blijft hangen, die trekt straks wel op. Het is alleen maar een beetje ochtendmist."
Frits zijn tranen drogen meteen op. "Echt ?" vraagt hij met spanning in zijn stem.
"Echt", knikt mama. "Kom, je bed uit. Wassen, aankleden ".
Dat laat Frits zich geen twee keer zeggen. Hij huppelt zijn bed uit en gaat met grote sprongen naar de badkamer.

Even later zit iedereen aan het ontbijt. Papa, mama en Frits.
Met moeite eet Frits zijn boterham op. Hij heeft geen honger. Hij heeft alleen maar kriebels in zijn buik. Mama moet twee keer tegen hem zeggen dat hij door moet eten.
Af en toe kijkt hij naar buiten om te zien of die akelige mist al is opgetrokken. Het schiet niet erg op.
Na het eten gaat hij maar wat spelen. Het gebeurt pas vanmiddag, dat is nog heel erg lang wachten.
Al snel staart hij weer uit het raam, alsof hij die nare mist weg kan kijken.
Even later gaan papa en mama boodschappen doen, zoals meestal op zaterdagochtend. Frits gaat mee, dan gaat de tijd wat vlugger.
Maar als ze terug zijn is het nog steeds mistig. Frits wordt nu toch wel een beetje bang. Wat nou als mama geen gelijk heeft ? Wat nou als de mist blijft ? Dan gaat het niet door !
Mama doet de tv aan, Frits mag voor deze keer naar tekenfilms kijken. "Ga jij maar tv kijken, dat is beter dan dat je de hele tijd uit het raam zit te staren", zei mama toen ze de tv aandeed.
Zo komt het dat Frits op de bank hangt en naar de tv kijkt. Het is best een leuke tekenfilm, Frits moet er steeds om lachen.
Mama komt binnen en vraagt," heb je al naar buiten gekeken ?" Nee, dat was hij helemaal vergeten. "Joepie !!". Frits danst door de kamer. De mist is weg. Helemaal weg.
Opgewonden gaat hij naar mama toe. "Gaan we nu broodjes smeren ? En drinken inpakken ? Ik moet mijn verrekijker mee nemen. Ga jij ook fotos maken ?" Achter elkaar ratelt Frits door, mama doet haar handen voor haar oren. "Stil nou eens". lacht ze," ik kan mezelf niet eens horen denken".
Frits probeert om zijn mond te houden, maar het lukt niet zo goed.
Er moet nog van alles gebeuren. Hij graaft op zijn kamer net zo lang door zijn speelgoed tot hij zijn verrekijker heeft gevonden. Mama heeft broodjes gesmeerd en komt naar zijn kamer toe. Frits moet een dikke trui uitzoeken om mee te nemen. "Waarom"? vraagt Frits, "het is hardstikke mooi weer buiten "!
"Maar daarboven kan het heel koud zijn, echt waar", zegt mama.

Dan zitten ze eindelijk in de auto. Alle spullen bij zich en ze gaan op weg.
Gelukkig is het niet ver. Als ze een weiland oprijden staat Frits bijna op de bank, zo zenuwachtig is hij.
Aan de andere kant van het weiland staat een grote auto, een jeep, met een grote aanhanger. Uit die aanhanger trekken twee mannen een hele grote tent en leggen die op het weiland. Dan slepen ze een hele grote rieten mand uit de wagen en knopen die aan de tent vast.
Als ze daarmee klaar zijn steken ze een enorme gasvlam aan.
Frits schrikt ervan. Wat een herrie !
Een van de mannen staat met papa en mama te praten, intussen kijkt Frits met open mond naar die grote vlam.
De tent begint een beetje op te bollen. En nog meer.
Opeens gaat de hele tent langzaan de lucht in en gaat boven de mand hangen.
Nu moeten ze allemaal in de mand klimmen, Frits en mama en papa en een van de mannen. Met zijn handen voor zijn oren staat Frits in de mand terwijl de gasvlam brult.

En dan gebeurt het. De man maakt een touw los, gooit het weg een heel rustig gaan ze de lucht in.
Frits springt van opwinding. Meteen houdt papa hem stevig vast. "Pas je wel op dat je er niet uitvalt ?" vraagt hij ernstig. Frits knikt. Ja, hij moet natuurlijk wel een beetje rustig blijven.
Maar het is allemaal ook zo spannend. In een luchtballon.
De vlammen bulderen nog een poosje door tot ze hoog genoeg zijn. Dan wordt het stil. Met een open mond kijk Frits naar beneden, het weiland waar ze opstegen is al haast niet meer te zien.
"Kijk, we zijn net zo hoog als de vogels", Frits wijst naar een paar eenden die verbaasd voorbij komen vliegen.
Ze kwaken tegen elkaar alsof ze zeggen willen ", sinds wanneer lopen er mensen door de lucht ?"
Frits komt ogen te kort. Hij ziet beneden de stad, de wind blaast hen erlangs. Ergens in de verte ligt hun eigen huis, maar daar blaast de wind hen niet naartoe, dat is wel jammer.

Ze gaan over bossen, en over een rivier. Het blijft allemaal even mooi. Af en toe bulderen de vlammen weer even. Dat is om warme lucht in de ballon te blazen. De lucht moet goed warm blijven, anders gaat de ballon zakken. De meneer die meeging praat ook af en toe in zijn telefoontje.
Dan praat hij met de andere meneer. Die rijdt met de auto en de wagen achter de ballon aan. Dan kunnen ze straks weer terug rijden, de ballon kan alleen maar met de wind mee.
"Daar gaan we landen", zegt de meneer van de ballon en hij wijst op een groot weiland, "hou je maar stevig vast". Frits voelt in zijn buik hoe de ballon daalt, het is net als in de lift.
Alleen botst de lift niet op de grond. En sleept niet over het gras achter de ballon aan. Frits is best geschrokken, hij stapt een beetje bleek uit de mand. Wat werd hij door elkaar geschud zeg ! Hij vindt er niets meer aan.
Het is ook zo jammer dat het nu al is afgelopen.

Ze krijgen een mooi papier, daarop staat dat ze echt in een ballon gevaren hebben. Want zo heet dat. Ballonvaren. Varen in de lucht. Frits vindt het wel een beetje raar.
Dan moeten ze naar huis. Frits zit stil in de auto die hen terugbrengt naar het weiland waar ze wegvoeren, de lucht in.

Als ze weer thuis zijn mag hij opa en oma opbellen, om te vertellen van het grote avontuur. En terwijl hij het hele verhaal verteld wordt hij iets minder droevig dat het nu voorbij is. Opgewekt ratelt hij het hele verhaal in de telefoon.
Als hij de telefoon neerlegt is hij niet zo droevig meer.

Het was toch hardstikke spannend, in een ballon hoog boven de aarde !