Griep

Als Hans wakker wordt doet hij altijd eerst zijn ogen open. En dan kijkt hij om zich heen door zijn kamer.
Maar vanochtend was er iets raars. Hans wilde zijn ogen open doen, maar het ging niet !
"MAMA !!" Hans riep zo hard als hij kon.
Mama kwam aangerend, in haar pyjama. Het was nog heel vroeg in de morgen.
"Mijn oogjes zijn stuk," snikt Hans," ik kan niets meer zien!"
Mama tilt Hans op uit zijn bed en neemt hem mee naar de badkamer. "Je oogjes zijn niet stuk, ze zijn een beetje verkouden. Er zit allemaal rommel in je oogjes. Wacht maar, ik zal ze even schoonmaken met warm water."
Met een washand haalt mama alle plakrommel van Hans zijn oogjes af.
"Zo, doe je ogen maar open," zegt mama als ze klaar is.
Voorzichtig probeert Hans of het gaat.
Gelukkig, hij kan alles weer zien. Blij geeft hij mama een dikke knuffel.
"Nu gaan we nog even slapen," zegt mama, "het is nog maar vijf uur."
Een beetje sip gaat Hans weer naar bed. Hij wil veel liever spelen. Hij is toch al wakker ?

Als mama hem uit zijn bed komt halen is hij toch in slaap gevallen. Maar nu moet Hans opstaan, hij gaat straks naar de peuterspeelzaal.
Met een vies gezicht kijkt Hans naar zijn boterham. Hij heeft helemaal geen honger. En drinken wil hij ook niet.
Als hij zijn arm beweegt doet het een beetje pijn, en als hij zijn hoofd draait ook.
Opeens moet Hans zomaar een beetje huilen. Mama neemt hem op schoot en knuffelt hem eens flink.
"Auw," zegt Hans," je doet me pijn."
"Doe ik je pijn ?" vraagt mama verbaasd. Mama legt haar hand op Hans zijn voorhoofd.
"Ik denk dat je een beetje griep hebt. Je bent een beetje ziek."
Ongerust kijkt Hans naar mama.
"Kom maar," zegt mama, en ze legt Hans op de bank," ga maar lekker liggen, ik zal even een kinderaspirientje halen."

En nu ligt Hans lekker op de bank. Mama leest hem voor. En vandaag gaat hij niet naar de peuterspeelzaal. Vandaag is hij lekker thuis.
En mama denkt dat hij morgen vast wel weer een stukje beter is.