Kerst in Dichteren

Kerst in Dichteren

Ijverig is Hansje aan het kleuren. Met het puntje zijn tong tussen zijn lippen kleurt hij een kerstboom. Met mooie grote ballen, rood en geel. De kerstboom zelf maakt hij groen want dat weet hij wel, bomen zijn groen en de lucht is blauw.
“Gaat het goed Hansje ?”, vraagt de juf. “Ja juf”, zegt Hansje, het wordt heel mooi, kijk maar”. “Nou”, zegt juf, “prachtig !”
Hansje zit in groep 1, in een gezellige klas met kerstversiering en allemaal nieuwe kinderen, want Hansje woont nog niet zo lang in Dichteren.
De school is ook nog niet zo oud en over een hele lange tijd, als het weer zomervakantie is dan gaan Hansje en de kinderen naar een hele nieuwe school.
Hansje kleurt en kleurt en terwijl hij zo aan het werken is moet hij weer denken aan de verhuizing.

Wat een troep in huis zeg en alles moest in dozen. Papa en mama hadden helemaal geen tijd om te spelen, Hansje en Mariska moesten steeds zelf spelen. Dat werd wel vervelend, want ook al het speelgoed werd ingepakt. Gelukkig mochten Hansje en Mariska heel veel naar kindernet kijken, dat was wel leuk.
Op een dag werden alle dozen in een vrachtauto geladen en reden ze met z’n allen naar het nieuwe huis. Hansje en Mariska mochten mee toen de vrachtauto ging rijden. Hansje durfde dat eerst niet zo goed maar omdat Mariska ook meeging was het gelukkig niet zo eng en eigenlijk best wel leuk.
In het nieuwe huis heeft Hansje een hele mooie kamer en Mariska ook. “Ja”, dacht Hansje,” dat was alweer best lang geleden”.
Hansje’s hand ging steeds langzamer kleuren terwijl Hansje moest denken aan de eerste dag op de nieuwe school.

Die eerste dag was best spannend geweest. Hansje, Mariska en papa en mama waren samen naar school gegaan, papa bracht Mariska naar haar klas en mama Hansje naar zijn eigen klas. Er stond een stoel in de klas met Hansje’s naam erop naast de juf. De juf was heel aardig en Hansje vond het al lang niet meer eng op school. Maar ja, Hansje was dan ook al 4 jaar, al heel groot.

Hansje’s hand bewoog nu niet meer, het potlood lag stil op het papier. Hansje dacht aan gisteren.
Gisteren kwamen Hansje, Mariska en mama uit school, het was heel koud en modderig op straat. De auto was stuk en ze liepen met z’n allen naar huis, te glijden door de modder want de stoep moet nog gemaakt worden. “Wanneer komt de sneeuw, mama ?” vroeg Hansje. “Ik weet het niet Hansje”, zei mama.
“Op het jeugdjournaal zei die mevrouw dat het vast wel een witte kerst wordt” zei Mariska.
“Wat ? Kerstbomen zijn toch groen !” riep Hansje. “Oh wat ben je toch een sufferd” plaagde Mariska haar broertje. “Ik zei helemaal geen kerstboom.”
“Nou jongens, hou toch eens op, ” mopperde mama terwijl ze bijna uitgleed. Mama lette helemaal niet op toen die grote rode tractor met een nog grotere gele bak aan kwam denderen. Hansje zag de tractor vlak langs zich heen razen en die arme mama… Die stond naast een plas waar de tractor doorheen scheurde. Mama was helemaal nat van de modder.
Mama was heel boos maar de tractor meneer reed gewoon door !! Hansje was ook heel boos geweest op die tractor.
Vanmorgen was mama heel verkouden geworden en ze bleef in bed liggen. Papa had Hansje en Mariska in de kou naar school gebracht. “Maar wie moet ons nu ophalen ?” vroeg Hansje. “De nieuwe buurvrouw haalt jullie op”, had papa gezegd,” goed luisteren en als jullie thuiskomen heel lief zijn voor mama hoor.”

“HET SNEEUWT !!!” brult Victor door de klas. Hansje schrikt wakker uit zijn dagdroom. Alle kinderen rennen naar het raam.
Ja, het sneeuwt echt, ziet Hansje. Wat spannend ! Allemaal witte vlokjes dwarrelen uit de lucht op het schoolplein. Hansje vind het prachtig. Al veel te snel zegt juf dat ze nu maar weer moeten gaan zitten. Maar van werkjes maken komt niets meer, alle kinderen willen naar buiten.
“Dat kan niet, ” zegt juf, “jullie gaan straks al naar huis”.
“O, ja” denkt Hansje, “straks begint de kerstvakantie en morgen is het Kerstfeest.”
Juf pakt een boek en gaat voorlezen, een mooi verhaal over twee kindjes die verdwalen in de sneeuw, maar gelukkig komt alles weer goed.
Als juf klaar is met voorlezen slaat ze het boek dicht en zegt “Kom jongens en meisjes, jassen aan. De vakantie begint !”

Het is harder gaan sneeuwen, het wordt al een beetje donker. Hansje wacht in de gang tot Mariska ook naar buiten komt, zij zit al in groep 4. Samen lopen ze door de gang naar buiten de sneeuw in. Hansje pakt wat sneeuw vast met zijn hand. Brrrr, koud zeg. Plof ! Daar voelt hij iets tegen zijn jas aan komen. Een sneeuwbal ! Mariska staat al klaar om er nog een te gooien maar Hansje bukt net op tijd. “Mispoes !” lacht hij en hij gooit gauw een sneeuwbal terug. Mis !
Opeens moet hij aan mama denken. “Waar is mama nou ?” vraagt hij aan Mariska. “Die is toch ziek joh,” zegt Mariska, ” de nieuwe buurvrouw komt ons toch halen.” “Waar is de buurvrouw dan ?” vraagt Hansje. “Daar staat ze, ” wijst Mariska en ze lopen naar de buurvrouw toe. “Dag juf, prettige vakantie”, zwaait Hansje en daar gaan ze. Maar de buurvrouw is er helemaal niet. Het is heel iemand anders. “Wat moeten we nu doen ?” vraagt Hansje.
Mariska weet het ook niet en als ze nog even gewacht hebben zegt Mariska “Kom, we gaan vast een stukje naar huis lopen, de buurvrouw komt er vast zo aan.” Hansje weet wel dat ze dat eigenlijk helemaal niet mogen, alleen naar huis gaan, maar het is zo koud en donker op straat.

Tussen de rondvliegende sneeuwballen en de rennende kinderen door lopen Hansje en Mariska naar huis. Na een tijdje lopen, als ze bij het water komen zegt Hansje opeens, “ooh. Een hondje . Ik zie een hondje “.
Ja, er loopt een hondje, ver weg in de sneeuw, met sneeuw op zijn vachtje. “Wat zal dat hondje het koud hebben ,” zegt Hansje. “Zullen we hem meenemen naar ons warme huis ?” “Nee joh,” zegt Mariska, “we mogen niet die kant op, we moeten naar huis. Laat dat hondje nou maar.”
“Maar hij heeft het koud en hij is alleen in de sneeuw. En Jezus zegt dat we van iedereen moeten houden,” herinnert Hansje zich, “ook van de dieren !”
Hansje rent de weg op achter het hondje aan. De sneeuw knerpt onder zijn voeten. “Blijf nou hier !! ” schreeuwt Mariska, maar Hansje hoort niets meer, hij ziet alleen nog maar het hondje lopen. Mariska loopt maar snel achter haar broertje aan, hij mag helemaal niet weglopen, wat zullen mama en papa boos zijn !

Het hondje luistert niet naar het roepen van Hansje, hij loopt gewoon door. Hansje wordt een beetje boos. “Kom nou, domme hond”, hijgt hij, “wil je een koekje ?” Maar het hondje kijkt alleen maar even om en loopt dan weer door. Zo lopen ze achter elkaar aan door de sneeuw, het hondje, Hansje en Mariska.

Hansje kan niet meer, hijgend blijft hij staan. Puffend haalt Mariska hem in, “wat kan jij hard lopen zeg,” puft ze.

Intussen is het nog harder gaan sneeuwen, je kan helemaal niet ver meer kijken, overal dansen de vlokjes door de lucht.
“Kom,” zegt Mariska, “we gaan terug. Misschien heeft mama een lekker kerstkransje bij de thee”.

Met tegenzin loopt Hansje met z’n zus mee, hij moet bijna huilen, zo boos is hij dat het hondje niet wilde luisteren. Na een hele tijd lopen vraagt hij aan Mariska, “is het nog ver ?”
“Natuurlijk”, zegt Mariska, “je liep ook zo hard.” En ze lopen door.
Na weer een hele tijd lopen kijkt Hansje eens achterom naar hun voetstappen in de sneeuw. “Mariska !!” schreeuwt hij, “ik zie iets engs !!”
Mariska kijkt ook achterom maar ze ziet niets. “Loop nu  maar door, we zijn er bijna.”
Hansje wordt een beetje bang, het is al bijna donker, de wind waait en het sneeuwt ook zo hard. Voorzichtig kijkt hij weer achterom. Ver weg in de sneeuw loop een zwarte vlek achter ze aan!
“Ik zie echt iets, ik ben bang” jammert Hansje. Mariska kijkt nog een keer en ja, nu ziet ze ook iets. Snel lopen ze samen verder, Hansje krijgt er pijn van in zijn zij. “Ik wil niet meer lopen, ik wil naar huis, ik heb het koud, ik ben bang, ” dreint hij, “waarom zijn we niet thuis ?” Mariska blijft staan.

“We zijn verdwaald Hansje,” zegt ze ernstig.
“Wat moeten we dan doen ?”  huilt Hansje. “Ik weet het niet”, zegt Mariska  en ze kijkt om zich heen.
“Weet je wat, we gaan in dat schuurtje daar zitten, binnen is het vast niet zo koud. Ik denk dat papa ons straks wel vindt, hij is ons vast al aan het zoeken.”
Hansje en Mariska kruipen door het deurtje van het schuurtje naar binnen. Het stinkt er een beetje maar het waait er niet. Ze gaan lekker zitten in het stro en dan lacht Hansje door z’n traantjes heen, “we lijken wel Jozef en Maria !” “Ja, en nu wachten we nog op de wijzen uit het oosten, ” giechelt Mariska.

Opeens schrikken ze allebei, er wordt aan de deur gekrabt; ze horen zacht gegrom. “Een sneeuwbeest !!” gilt Hansje. De deur  gaat open en er springt een donkere vlek naar binnen……
“Ooh, het hondje,” zucht Hansje, “hij komt bij ons schuilen. Kom maar hier hoor, heb jij het ook zo koud ?”
Het hondje kruipt lekker warm tussen Hansje en Mariska in en begint meteen Hansje’s hand te likken.
Na een tijdje staat Mariska op, ze gaat even buiten kijken of ze papa al aan ziet komen. Het is nu helemaal donker en de sneeuw valt met grote dikke vlokken naar beneden. Mariska tuurt en tuurt maar ze ziet niks. Ja wel, daar komt een meneer aangelopen, is het papa ?!
Nee, het is papa niet, Mariska wil zich al gauw in het schuurtje verstoppen maar de meneer zegt, “Je hoeft niet bang te zijn Mariska.”
“Wij mogen niet met vreemde mensen praten ,” zegt Mariska dapper, maar haar stem bibbert een beetje.
“Maar ik ken jou wel, Mariska,” zegt de meneer, “kom maar hier en neem Hansje mee, dan breng ik jullie thuis.”
” Hoe weet u waar ik woon ?” vraagt Mariska slim,” bent u in de buurt komen wonen ?”  “Ik woon ver weg en heel dichtbij,” zegt de meneer en hij kijkt Mariska en Hansje, die net uit het schuurtje is gekropen, heel vriendelijk aan. Hansje en Mariska worden helemaal warm van binnen als ze die meneer aankijken, en opeens zijn ze ook niet bang meer.
De meneer draagt geen jas maar heeft een soort jurk aan die helemaal om hem heen hangt . “Heb jij het niet koud ? Je hebt geeneens een jas aan ,” vraagt Hansje. “Nee Hansje, ” zegt de meneer” ik heb het niet koud, deze kleren zijn warm genoeg voor mij.”
Hij pakt de twee kinderen bij de hand en ze lopen door de sneeuw met het hondje achter zich aan. Na een klein stukje lopen zien ze de lichtjes van Dichteren al; Hansje en Mariska wisten niet dat ze zo dicht bij huis waren.

“HANSJE !! MARISKA !!” Daar horen ze papa roepen !  “Wij zijn hier !!” roepen ze beiden, ze laten de meneer los en rennen naar papa toe.
“Och, m’n lieve kindertjes”, zegt papa, “waar komen jullie vandaan ? Waarom hebben jullie niet op de buurvrouw gewacht ?”
“De buurvrouw was er niet en toen zijn we naar huis gaan lopen en toen zagen we dat lieve hondje en toen waren we verdwaald en die meneer heeft ons terug gebracht”, zeggen Hansje en Mariska door elkaar en ze wijzen naar achteren.
“Maar ik zie helemaal niemand”, zegt papa, “en ik zie ook geen sporen in de sneeuw, jullie zijn hier zelf naartoe gekomen.”
Hansje en Mariska kijken verbaasd naar de lege straat. Er is niets te zien, alleen de voetsporen van Hansje en Mariska in de sneeuw.
“Daar snap ik niets van, net was die meneer er nog !” zegt Mariska.
“Nou, ik ben veel te blij dat ik jullie gevonden heb, misschien was het wel een kerstengel die jullie gebracht heeft,” zegt papa. “Of dit lieve hondje” zegt Hansje gauw,  “mag hij met ons mee ?”
“Nou, in ieder geval met de kerstdagen” zegt papa, “en daarna zien we wel.”
Met aan iedere een hand een kind gaat papa snel naar huis, daar gaan ze kerstfeest vieren, met z’n allen.

1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (1 Beoordeling, gemiddeld: 1,00 van 5)
Loading...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links