Meester Martin
Meester Martin en het ziekenhuis.
“Allemaal even stil kinderen.” Meester Martin klapt in zijn handen. De kinderen stoppen met praten en kijken naar de meester. Ze gaan aan de slag, eerst moeten ze hun rekenboek pakken.
Meester Martin loopt door de klas en kijkt bij de kinderen. Zoals altijd zit Ekra te zuchten en te puffen. Dat doet hij altijd als hij moet rekenen. Meester Martin gaat achter hem staan en legt nog een keer uit hoe de som moet.
“Auw,”zegt meester Martin als hij voorover buigt, en hij grijpt met zijn hand naar zijn rug.
Sommige kinderen schrikken een beetje. “Niets aan de hand.”Meester Martin kreunt een beetje. Maar hij glimlacht wel. Een raar gezicht.
Achter in de klas zitten Rik en Michel te smoezen. “Dat is al de derde keer, dat meester ergens pijn heeft,” fluistert Rik.. “Vorige week hinkte hij, en de week daarvoor deed zijn pols zeer, weet je nog wel?” Michel knikt. Het klopt, hij weet het ook nog.
Een ding is duidelijk. Het gaat niet goed met Meester Martin. Michel weet niet goed of hij wel aan Rik moet vertellen wat hij twee dagen geleden gezien heeft. Dat rare. Ook wel een beetje eng.
Michel was toen in het ziekenhuis. Niets bijzonders, heel lang geleden waren er buisjes in zijn oor gezet. En de orendokter wil af en toe kijken of alles nog goed gaat, daar binnen in zijn oor. Gelukkig gaat alles goed. Michel hoeft niet weer geopereerd te worden gelukkig.
Het was op woensdagochtend, toen Michel in het ziekenhuis was. Op woensdag is Meester Martin altijd vrij. En toen Michel met zijn moeder weer naar huis liep, toen, zag hij meester Martin in het ziekenhuis lopen! Zomaar, op zijn vrije dag. Michel heeft het nog aan niemand verteld. Meester Martin had hem niet gezien. En Michel was een beetje achter zijn moeder gaan lopen. ’s Avonds, toen hij in bed lag, had hij er nog over nagedacht. Waarom gaat Meester Martin naar het ziekenhuis? Zou hij ziek zijn? Misschien al wel heel lang? Misschien dat hij daarom steeds vrij is op woensdag? Dat hij elke week naar de dokter moet?
In de pauze lopen Rik en Michel samen op het schoolplein. Michel vertelt Rik dat hij meester Martin in het ziekenhuis gezien heeft. “En hij liep toen ook al raar. Meester Martin is ziek. Ik weet het zeker. Wat doe je anders in een ziekenhuis op je vrije dag?
Druk pratend lopen ze heen en weer. Ze zijn zo druk aan het praten dat ze niet merken dat Roeshka hen al een tijdje afluistert…
Het gaat als een lopend vuurtje over het schoolplein. “Meester Martin is ziek. Meester Martin is doodziek. Meester Martin heeft een abonnement op het ziekenhuis.”
De volgende dag zijn de kinderen heel rustig in de klas. Meester Martin hoeft niet eens in zijn handen te klappen, alle kinderen gaan ijverig aan het werk. En kletsten? Dat gebeurt niet. Pas als het bijna weer pauze is zegt Meester Martin er iets van.
“Jongens, wat zijn jullie toch rustig. Het lijkt wel alsof ik jarig ben.” Hij kijkt de klas rond. Het blijft stil. Niemand zegt iets. “Heb ik iets uit mijn neus hangen?” vraagt Meester Martin. Ook zijn gulp staat niet open. Opeens begint Ivar te huilen. Een traan drupt langs zijn wang. En nog een. Meester Martin snapt er niets meer van. Er beginnen nog meer kinderen te huilen. Er moet wel iets heel ergs aan de hand zijn! Dan begint Ivar te praten. “Meester,”snikt hij, “ik vind het zo erg. Heel erg. En dan moet ik huilen.”
Meester Martin kijkt verbaasd naar de klas.Zijn mond staat open. En alle kinderen gaan door elkaar praten. Sommige zijn rood van opwinding.Anderen huilen een beetje. “ALLEMAAL STIL,” zegt meester nogal hard. Dat helpt. Iedereen is stil. “Een tegelijk. Wat is er hier toch aan de hand? Ivar?” Meester kijkt naar Ivar. Ivar slikt. Hij zal toch iets moeten zeggen.
“Ik vind het zo erg dat je zo ziek bent meester. Zo heel erg ziek,”zegt hij zachtjes.
Meester Martin kijkt naar de klas, met een diepe frons op zijn voorhoofd. “Waarom denken jullie dat ik ziek ben dan?”
“Je gaat toch vaak naar het ziekenhuis meester.” “Je hebt pijn in je rug, meester.” De kinderen roepen door elkaar heen.
Dan begint meester te lachen. “Ik snap het,”zegt hij hikkend van de lach. De klas wordt doodstil. Is meester Martin helemaal gek geworden?
Als meerster niet meer hoeft te lachen vraagt hij,”jongens ik heb toch wel eens verteld dat ik het startpistool laat knallen met rallyrijden?” De kinderen knikken. Dat weten ze, Dat heeft meester wel eens verteld.”Nou,”gaat meester verder, “afgelopen zaterdag is er een auto tegen mij aangereden. Niets ergs. Ik heb nu alleen een blauwe plek op mijn bil, onderaan mijn rug.”
“Maar waarom ben je dan steeds in het ziekenhuis,”vraagt Michel.
“Ja,”zegt meester. “Dat had ik liever geheim gehouden. Maar jullie weten nu toch al te veel.”
Iedereen kijk meester aan. “Als ik woensdag vrij heb ga ik naar het ziekenhuis. Iedere woensdag. Maar niet omdat ik ziek ben. Ik ga kinderen op zoeken. Zieke kinderen.
En ik ga niet zoals ik er nu uit zie. Ik ga als clown. Als clinic-clown. Met een rode neus.”
Les geven gebeurt niet meer die dag. De hele dag verteld meester over de kinderen in het ziekenhuis. En hoe hij grapjes met ze maakt. Zodat ze even vergeten dat ze ziek zijn. Dat veel kinderen al snel weer naar huis gaan. En dat er ook kinderen zijn waar dat heel lang duurt, voor ze weer naar huis gaan.
Als Rik en Michel aan het einde van de dag samen naar huis lopen zin ze best trots op hun meester. Maar hoe de klas nu opeens het idee kreeg dat meester ziek was? Dat weten zij ook niet.