Naar de Efteling.
Met een kriebel in zijn buik kijkt Thom uit het raam van de auto. “Is het nog ver naar de Efteling ?” vraagt hij. “Nog een half uurtje,”zegt mama met een lachje. Thom heeft het al wel vijf keer gevraagd. Thom zucht nog eens diep. Het duurt zo lang! Thom doet zijn ogen even dicht.
Eindelijk draait de auto opeens linksaf, een heel groot parkeerterrein op. Heel groot. Thom is wel een beetje bang als mama maar doorrijdt. Daar, ver weg is de ingang. Met het hele hoge dak Je kan het al bijna niet meer zien ! Dan stopt de auto. Gelukkig. Thom kan bijna niet wachten, hij wipt op en neer als mama de rugzak uit de auto pakt. Daar zit van alles in. Snoep, drinken, eten, pleisters.
Samen met mama loopt Thom naar de kassa, onder het hele hoge dak. Mama heeft al een kaartje in haar hand. En dan kunnen ze eindelijk naar binnen. “Waar zullen we het eerste heen gaan?” vraagt mama. “ Naar de Droomvlucht? Of naar het sprookjesbos? “
“Ik weet niet, ik weet niet, naar de bootjes. Ja, de bootjes,” roept Thom. Mama lacht. “Fata Morgana? Die vond je vorige keer ook zo leuk. Kom, we gaan.” En ze lopen samen naar het grote witte gebouw. Buiten klinkt vreemde muziek. Een beetje eng is het wel.
Thom loopt achter mama aan naar binnen. Ze moeten eerst een trap op, en dan en heel stuk lopen. Echt heel ver. En dan weer naar beneden. Maar voor ze naar beneden kunnen moeten ze wachten. Er is een rij. Heel lang. Thom kijkt angstig naar mama. “Het duurt niet zo lang hoor,” kikt mama. En dat klopt. Al snel wenkt een meneer naar Thom en mama. “Pas op dat je niet omvalt,’wijst de meneer. Het is heel raar, de grond draait. En de boten liggen bij het water. Met een grote sprong stapt Thom verder. Hij wiebelt even als hij mee gaat draaien met de boten. Hij rent weg, naar het water. Hij wil voorin zitten!
En dat lukt. Thom zit helemaal voorin. De boot trilt een beetje en vaart weg. Over het water, de donkere gangen in. Zacht klink de muziek over het klotsende water. Thom kijkt zijn ogen uit, er is zoveel te zien! Krokodillen in het water, spinnen aan de muur. En de tovenaar met zijn grote witte mantel.
Links gaat de boot. Rechts gaat de boot. Langs danseressen en tijgers in kooien.
Opeens stopt de boot. Vlak naast een markt. Er speelt een klein orkest. De mannen kijken Thom aan. Een meneer met een trommel wenkt snel met zijn hand. “Kom.” Thom kijkt nog eens goed. Maar de meneer kijkt hem recht aan. Aarzelend staat Thom op. De boot wiebelt een beetje. Thom kijkt nog even snel naar mama, maar die zit te kletsen met een mevrouw half achter haar. “Zal wel goed zijn,”denkt Thom en hij stapt aan wal. Hij staat met zijn voeten in het zand. Voelt best warm aan, vindt Thom. De meneer met de trommel wijst met zijn hoofd naar links. Thom kijkt.
Daar staat een huis, een gordijn wappert heen en weer. Er klinkt een zacht gekerm. Thom rilt een beetje. Het is wel een beetje eng daar! De meneer met de trommel knikt nu weer met zijn hoofd, twee keer snel achter elkaar. Thom doet een twijfelende stap. En nog een. Dan staat hij in het huis. Het is donker binnen, het duurt even voordat Thom iets kan zien. In de hoek van de kamer ligt een gedaante, onder een laken. Thom stopt zijn hand in zijn mond om het niet uit te schreeuwen. Hij wil weg! Nu!
Maar toch loopt hij langzaam naar de hoek, naar het laken. Hij rilt als hij het gekreun weer hoort, het gekreun wat hij ook buiten hoorde. Het is eng. Maar toch ook zielig. Thom trekt aan een puntje van het laken, langzaam glijdt het laken weg. Nu is Thom te bang om te schreeuwen. Want onder het laken ligt een draak… de draak uit het sprookjesbos. De draak die Thom wel kent van de geldkist. Thom wil wegrennen, hij wil zich omdraaien. Maar zijn benen doen het niet meer. Hij kan alleen maar blijven staan. Bibberend van angst kijkt Thom de draak aan. De draak kijkt terug. De draak draait zijn grote kop een beetje scheef. Hij kreunt niet meer. De draak draait zich een beetje om. Met zijn voorpoot wijst hij naar zijn rug. Thom knippert met zijn ogen en kijkt nog eens goed. Ja. Het klopt. Hij heeft het goed gezien, er zit een pijl in de rug van de draak, vlak onder zijn rechtervleugel. “Die pijl is zeker van de jager van Roodkapje, ze zitten vlak bij elkaar in het sprookjesbos,” denkt Thom.
Eigenlijk is de draak niet zo eng meer, alleen maar een beetje zielig. Thom stapt voorzichtig naar de draak toe en pakt de pijl vast. De draak gaat plat op de grond liggen en doet een vleugel aan de kant, zodat Thom er goed bij kan. Thom slikt een keer en geeft dan een ruk aan de pijl. De pijl beweegt een beetje, maar de draak gromt van de pijn. Er komt zelfs wat rook uit zijn neusgaten, dat heb je met draken. “Nou, even flink zijn,”zegt Thom met een hoog stemmetje. Hij vind het allemaal best wel eng. Hij haalt diep adem, zet zich schrap en rukt in een keer de pijl uit de rug van de draak. Er komt wat zwart drakenbloed mee, maar de wond trekt heel snel dicht. Ook dat heb je met draken.
Even kijken Thom en de draak elkaar aan. De draak kreunt niet meer, hij kijkt best wel vrolijk. Dan hoort Thom opeens de muziek van het kleine orkest. De boot! Mama!
“Ik, eh, dag draak, ik moet nu weg. Doei.” Thom zwaait even en stapt snel uit het huisje. Het orkest speelt nog steeds, de man met de trommel kijkt Thom met een grote grijns aan. Gelukkig, de boot is er nog. Snel stapt Thom in. Mama zit nog steeds te kletsen, ze heeft niet eens gemerkt dat Thom was uitgestapt. Als Thom weer zit komt de boot met een schokje weer in beweging en vaart verder. Weer langs andere werelden. Totdat de boot onder de enorme grote reus doorvaart.
Als de boot vlakbij is draait de reus zich langzaam om. Zijn grote hand komt op Thom af, alsof hij hem uit de boot wil pakken. Thom gilt en draait zich om naar mama. Maar die blijft maar kletsen! Thom gilt weer, als de hand van de reus dichterbij komt…..
“Thom, Thom. We zijn er. Word eens wakker joh. Heb je naar gedroomd?”
Mama strijkt over zijn hoofd. Ze lacht. Thom kijkt om zich heen. Hij zit in de auto. En de auto staat stil. Op het parkeerterrein. Voor de Efteling. “Mama,”zegt Thom, “ik heb gedroomd.”