Sinterklaas en het gebroken been
Het is donker. Midden in de nacht. Af en toe valt er een beetje sneeuw uit de lucht.
Hoog op het dak loopt het paard van Sinterklaas, heel zacht stapt het grote witte paard over de daken. Af en toe is Sinterklaas nog steeds verbaasd dat Americo zo zacht kan lopen. Want dat is helemaal niet makkelijk hoor, over een dak lopen, en zeker niet voor een paard.
Maar Americo kan dat wel. Hij doet het al zo lang.
Zwarte Piet wijst naar een schoorsteen. ” Daar moeten we ook nog heen, Sinterrrklaas. Daarr woont dat meisje wat haar been gebroken heeft. Gelukkig is haar been weer helemaal goed.”
Sinterklaas knikt, hij weet het.
Het begint te waaien, Sinterklaas rilt een beetje en slaat zijn lange, rode das nog een keer extra om zich heen.
Als het zo koud is dan verlangt hij wel een beetje naar zijn warme paleis in Spanje. Maar hij vind het niet erg hoor, om op de daken te lopen. Als hij denkt aan al de kinderen die morgen ochtend blij naar hun schoen toe gaan en daar hun kadootje vinden, is hij al weer blij, dan trekt er een glimlach over zijn gezicht.
Op het dak aan de andere kant van de straat lopen ook een paar Zwarte Pieten, huppelend lopen ze precies over de rand van het dak. Af en toe halen ze een pakje uit de zak en mikken het de schoorsteen in. Altijd precies goed. Maar de Pieten oefenen dan ook bijna het hele jaar.
Het paleis van Sinterklaas heeft wel 45 schoorstenen, daar kunnen alle Zwarte Pieten flink oefenen.
Meestal staat er een Piet onderaan de schoorsteen en een Piet boven. Als er dan een pakje naar beneden komt dan vangt de Piet onderaan de schoorsteen hem op, loopt naar buiten en gooit hem weer naar de Piet op het dak.
Zo komt het dat alle Pieten heel erg goed kunnen gooien en ook heel erg goed kunnen vangen.
Vroeger was dat niet zo, toen gingen alle Pieten met een zak het dak op van het grote paleis en daar gingen ze oefenen.
Soms lagen alle 45 schoorstenen vol met pakjes.
Dan moest Sinterklaas wel eens een beetje brommen op alle Pieten, want Zwarte Pieten houden niet zo van rommel opruimen.
Niet alle huizen hebben een schoorsteen, daarom lopen er ook Zwarte Pieten op de grond. Zij mikken de pakjes door een kiertje van het raam of leggen op andere manieren de pakjes in de schoen. Hoe dat precies gaat weet ik niet, dat is het grote geheim van Sinterklaas.
De wind gaat nog harder waaien. “We krrijgen storrm, Sinterrklaas, ik ben blij dat we bijna klaarr zijn, ” zegt Zwarte Piet.
Sinterklaas knikt. De wind waait zo hard dat zijn baard soms een beetje wappert.
Dan gebeurt er iets ergs.
Een windvlaag blaast. Heel hard.
Voor dat Sinterklaas het weet begint Americo te wankelen !
Het witte paard slaat met zijn benen, maar niets helpt.
Terwijl Sinterklaas zich vasthoudt aan de nek van Americo glijden ze samen van het dak af. Even blijven ze steken op de dakgoot maar dan :… vallen ze op de grond !
Op de grond loopt de Sterkste Piet, hij laat de zak met kadootjes vallen en rent naar de vallende Sinterklaas. Hij steekt zijn armen uit en vangt Sinterklaas op, net voordat hij op de grond valt.
Jammer genoeg kan hij Americo niet opvangen, de schimmel ligt briesend van de pijn op de grond.
Alle Pieten komen aangerend. Wat een ramp !
De Dokter Piet kijkt even naar Sinterklaas. Die is alleen maar geschrokken, hij ziet bleek om zijn neus.
Maar Americo, dat is veel erger. Het paard kan niet opstaan. Het heeft een gebroken been.
De Dokter Piet geeft Americo snel een prikje tegen de pijn. Dat helpt een beetje.
Maar wat nu ? Zonder Americo kan Sinterklaas het dak niet op. Geen enkel ander paard kan op het dak lopen.
Verdrietig staan ze bij elkaar, Sinterklaas en alle Pieten.
Ze weten niet wat ze moeten doen. Een gebroken been is niet zo maar weer beter, dat duurt weken.
Sinterklaas kijkt in zijn grote boek. Daar snappen de Pieten niets van. Waarom gaat Sinterklaas nu in het grote boek kijken ? Dat helpt toch niet ? Sinterklaas moet de dierenambulance bellen, of de dierenarts. Dan kan Americo naar het dierenziekenhuis om weer beter gemaakt te worden.
Met een ernstige blik kijkt de Sint in het boek, hij bladert en bladert. “Ja, hier staat het,” bromt hij zacht.
“Zeg Piet,” zegt hij. “Ja Sinterklaas,” zeggen alle Pieten.
“Nee, jij, de WegwijsPiet. Wij zijn toch in Dichteren ?”
De WegwijsPiet knikt.
Sinterklaas wenkt. “Kom eens hier.” De WegwijsPiet komt naar de Sint toe.
“Je moet die kant op,” wijst Sint,” tot je een grote holle boom ziet. Daar klop je drie keer op en dan zeg je het wachtwoord.” Sint buigt naar de WegwijsPiet en fluistert in zijn oor.
De WegwijsPiet knikt. “En dan ?”
“In die holle boom woont een goede oude vriendin van mij, de Goede Fee. Ik ken haar al eeuwen. Vertel haar wat er gebeurd is en vraag haar of ze kan helpen.”
De WegwijsPiet rent weg.
Sinterklaas laat de SmulPiet wat pepernoten uitdelen tijdens het wachten. Dat duurt helemaal niet lang.
De WegwijsPiet is nog niet eens terug als er een lichtje aan komt zweven. Het lichtje landt voor Sinterklaas en verandert in de Goede Fee.
“Dag Sinterklaas,” zegt de Goede Fee, en ze draait zich meteen naar Americo. Met haar toverstaf aait ze zacht over het gebroken paardenbeen. Er komt licht uit de toverstaf. En Americo staat op. Niets meer aan de hand. Zijn been is weer genezen.
“HOERA !!” brullen alle Pieten in koor. “Stil toch, stil toch, moeten alle kinderen wakker worden ?” zegt Sinterklaas streng. Maar hij kijkt heel blij.
Hij bedankt de Goede Fee heel hartelijk. Als ze wil mag ze op vakantie komen in Spanje, in het grote paleis. Dat lijkt de Goede Fee een heel goed idee, ze zal zeker komen. Ze gaat straks vast een badpak toveren voor in het zwembad, zegt ze. Sint wenkt even naar de SmulPiet, de Goede Fee krijgt een zak vol met lekkers mee, pepernoten, banketletters en chocolade letters, gevulde speculaas, marsepein, teveel om op te noemen.
Dan verandert de Goede Fee weer in een lichtje en ze zweeft weg.
Hijgend komt de WegwijsPiet aangerend. “Het is in orrde, Sinterrklaas, ze komt eraan.”
“Ze is al geweest,” zeggen de Pieten, heel zachtjes, om de kinderen niet wakker te maken.
En toen gingen ze weer aan de gang, Sinterklaas en alle Pieten.
Ze hebben nog een hoop te doen.