Goud

Goud

“Tja, het is wel weer het einde van de zomer hè? Och joh, het is al best koud. Het was vanmorgen al donker toen ik opstond.”

Paul staat bij school en kijkt om zich heen. De moeders staan met elkaar te praten. Over het weer. En over de herfst. Paul gaapt. Hij wil naar huis. Maar mama is nog niet klaar met praten. “ En gisteren was het mooi in het bos! Het was gewoon alsof je onder gouden bladeren liep.” Paul stopt met gapen. Wat hoort hij nu?? Goud? Hij draait zich om en kijkt naar de moeder van Joris die net over goud aan het praten was. ”Ja, we hebben al die gouden blaadjes meegenomen. Zo kostbaar is dat, als je dat met je kinderen kan doen…” De moeder van Joris praat verder.

Paul zijn hart klopt wild. Goud! In het bos! Wat zou dat mooi zijn als hij ook goud had. Als hij mama een paar gouden blaadjes kon geven. Wat zou mama blij zijn! Misschien kreeg hij dan ook wel een cadeautje. Paul trekt eens aan mama’s arm. Hij wil naar huis. Hij heeft een plan. Een geheim plan. Hij schudt zacht zijn hoofd. Aan niemand zal hij zijn plan vertellen. Aan niemand! Het duurt lang voor ze thuis zijn. Als Paul zijn drinken op heeft gaat mama even naar boven. Paul is al zo groot, hij kan best even alleen in de kamer zitten….
Als hij mama de trap op hoort lopen sluipt Paul naar zijn jas. Snel trekt hij hem aan, de rits is even lastig, maar het lukt. Dan sluipt hij naar buiten. In de bijkeuken pakt hij snel twee plastic zakken en propt ze in zijn zakken. Hij haalt zijn fiets uit de schuur en rijdt de poort uit…

Hijgend fietst Paul over het fietspad langs de weg. Hij gaat het nu doen. Het plan. Ja, het gaat lukken! Maar hij moet wel eerst helemaal naar het bos fietsen. En dan… ja, dan moet hij gaan zoeken. Paul wordt helemaal warm van binnen als hij eraan denkt. Wat zal mama blij zijn! Als hij thuis komt. Ja, hij gaat er helemaal van glimlachen.
Na een hele tijd fietsen komt hij bij de rand van het bos. Hij zet zijn fiets tegen een boom. Netjes op slot. En dan stapt hij het bos in. Het bos is al wel een beetje donker. Maar Paul is al groot. Hij is toch niet bang? Alleen in het bos? En hij heeft toch een plan? Verder en verder gaat hij. Naar links en naar rechts. En weer verder.

Dan is het donker. Helemaal donker. Paul kan niets meer zien. Hij bijt op zijn lip. Zijn plan is mislukt. En het is donker. En hij is toch wel een beetje bang. Het ritselt in het bos. Vogeltjes? Of iets anders? De rillingen lopen over zijn rug. Paul loopt verder. Maar waar moet hij naar toe? Er loopt een traan langs zijn wang. Zijn plan is mislukt. Hij heeft honger. Hij wil naar huis. Hij wil… ver weg ziet hij een lichtje! En dan is het weer weg. Net als hij tranen in zijn ogen krijt van het turen in het donker ziet hij het lampje weer. Hij struikelt over een tak. Maar hij staat weer op, en gaat weer verder.
Wat hoort hij ? Roepen ? Mensen? Ja, ja, echt; ze roepen. Ze roepen “PAUL!!” Het zijn nog meer mensen. Een heleboel mensen. “Ik ben hier,”roept Paul, maar zijn stem gaat alleen maar heel zacht. Gelukkig komen de mensen naar hem toe. Ze nemen hem mee. Opeens is mama er.
“Waar was je nou?” vraagt ze half huilend.
“Ik ging goud zoeken in het bos,”zegt Paul. “Net als je vertelde.Maar ik heb het niet gevonden.”
Mama knuffelt hem flink. “Malle jongen,”zegt ze.


1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (Geef je mening, klik op een ster)
Loading...


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links