De Wandelaar.
De Wandelaar loopt door een wereld die lijkt op de onze. Onderweg komt hij mensen en dingen tegen die nieuw zijn, of juist heel bekend. Liederen, muziek en geluiden die elk hun eigen sfeer hebben. Door het ontbreken van slagwerk ademt ieder stuk met zijn eigen ritme.
Lied van de Tijd
Het Lied van de Tijd klinkt en laat zich horen. Langzaam glijdt de tijd verder en verandert zonder dat het zichtbaar is.Klank na klank, seconde na seconde, jaar na jaar, als een ets van Escher; zonder begin of einde.
Het oude klooster.
Ergens op een heuvel staat een oud klooster, omringd door oude tuinen. De stenen brokkelen langzaam af. Het klooster is nog bewoond; door de schimmen die er ooit leefden. Zij zingen hun eigen lied, Gregoriaans en ook weer niet. De Wandelaar stopt en luistert, maar vervolgt dan weer zijn weg
De Onbekende Weg.
Langzaam gaat de reis verder, over bochtige paden, heuvels en dalen, bossen en vlakten, in het trage tempo van de ervaren wandelaar. De Wandelaar volgt het kronkelende pad, benieuwd waar het hem brengt.
Het klokkenspel
Ver weg, uit een moeras klinken de klokken. Is het een oproep ? Een noodkreet? Of een verlokking tot het betreden van zuigende diepten ? Het is niet veilig daar. Oude krachten huizen er. Geen plek voor mensen. De Wandelaar huivert en gaat verder.
De wagen.
Over de weg gaat een wagen. Het paard trekt de volle wagen, van het zuigende moeras af, naar nieuwe richtingen. De voerman leidt het dier. De Wandelaar sluit zich bij hen aan en loopt met de wagen mee. Samen reizen in deze streken is een voordeel.
De Kozak.
Op een heuvel onder een boom zit een oude strijder, ooit een dapper man. Met gebarsten stem zingt hij zijn lied, weemoedig en dronken. Het lied over alles wat hij verloren is in zijn leven. De Wandelaar luistert. Dat is hij hem wel verplicht..
De Kinderspeelplaats.
Hier spelen de kinderen. Soms droevig, maar meestal blij. Er trekt een glimlach over het gezicht van de Wandelaar. Kinderen weten nog zo weinig.Zo onvoorbereid.
De Violist.
De violist ontlokt aan zijn instrument dat wat hij wil. Is hij vrolijk dan danst zijn strijkstok tot het publiek danst, is hij weemoedig dan huilen de snaren tot het publiek meehuilt.
Drinklied.
Uit de kroeg stijgt een lied op. Een lied van meer en meer. Een lied van vrolijkheid, en een lied van droefenis. Een lied van nooit genoeg en een lied van nooit meer.
Lied van de Reus.
Verder gaat de Wandelaar, van verre hoort hij het lied van de reus. Groot en eenzaam ligt de reus tegen een berg en neuriet voor zich uit. De aarde dreunt. De Wandelaar neemt geen risico en loopt een stuk om.. Met reuzen kan je niet voorzichtig genoeg zijn.
Het verdriet.
Een treurzang klinkt door de lucht. Is het de rivier, of zijn het de bossen die hun verdriet laten horen ? Is het moeder aarde die weent om alles wat verloren ging? Het raakt de Wandelaar, het herinnert hem aan zijn eigen verdriet.
De Bosgeesten.
Geheimzinnig en spiritueel laten de geesten van het woud van zich horen als het pad van de Wandelaar door het woud voert, verder en verder naar onbekende bestemmingen, daar waar de wereld anders wordt.
De Fluiter
Een panfluit klinkt. Het is een bode van een andere dimensie. De Wandelaar aarzelt. Maar toch betreedt hij deze vreemde wereld, voorzichtig, dat wel. De dissonanten die af en toe klinken verontrusten hem licht. Maar de verlokkingen in de melodie zijn sterker. Waar gaat dit naar toe?
De Elven?
Gezang klinkt uit de bomen. Is het menselijk? Of is het onaardser? Ieder wezen heeft zijn eigen zorgen. Zijn het elven, of engelen? De Wandelaar twijfelt. Goed of kwaad. Het is niet duidelijk. De Wandelaar trekt verder, hier wil hij niet meer van weten
Pretls
Klein en druk gaan de Pretls over de grond heen en weer. Altijd bezig, net als de mieren. Maar de Pretls zijn andere wezens, bouwen hun nest diep inder de grond. Weven hun web of graven een val. Aandoenlijk zijn ze wel. Gevaarlijk ook. De Wandelaar past op zijn tellen en verlaat snel het nest.
De Koningin van het woud
Zij heeft haar eigen plaats, de koningin van het woud. De autoriteit straalt van haar af maar slechts weinigen krijgen haar echt te zien. De eenzaamheid van de macht is een prijs die betaald moet worden. De Wandelaar is onder de indruk van de macht die hij bespeurt.

mooi!
Dank u wel.