De Kruimelwinkel van meneer Mierielja

DE KRUIMELWINKEL VAN MENEER MIERIELJA                 Door Ans van Grinsven

Ergens in ons land is een klein stadje en dat heet Lindewiek. En daar woont de mierenfamilie Mierielja. Een vader en moeder met een hoop mierenkindertjes en ze hebben een opa en oma, een bende ooms en tantes en die hebben en weer een hoop kindertjes. Allemaal neefjes en nichtjes. Het is dus een hele gezellige familie zo met elkaar. Maar je snapt wel dat er een hoop eten nodig is voor die grote familie. En daar is juist nogal moeilijk aan te komen.

Altijd zijn ze druk in de weer om eten te verzamelen bij de huizen, maar overal worden ze weggejaagd. De mensen in Lindewiek zijn heel erg aardig maar niet als het om miertjes gaat. Als ze in de gaten hebben dat de familie Mierielja weer in hun tuinen rond marcheert, dan veranderden ze opeens in heel onaardige mensen. Ze halen emmers nogal warm water om over ze heen te gooien en dan gaat de bezem erover heen. Of ze kopen lokdoosjes waaraan een hele hoop van onze dappere miertjes omkomen.

De familie Mierielja heeft dus een hoop verdriet gehad. Maar nooit zitten ze bij de pakken neer. Altijd maken ze er het beste van. En binnen de kortste keren worden er weer een hele boel mierenkindertjes geboren en de familie word weer groot en sterk tot groot verdriet van de inwoners van Lindewiek. Opa Mierielja heeft alle familieleden bij elkaar geroepen en hen gewaarschuwd dat ze voortaan uit de buurt van emmers water en lokdoosjes moeten blijven. De mensen zeggen dat er een vreselijke mierenplaag heerst in hun stadje en hoe onvriendelijk ze ook zijn, de miertjes blijven terugkomen alsof er niets aan de hand is. Is dat dapper of niet soms? Zelfs de mensen moeten stiekem diep in hun hart toegeven dat het toch wel dappere diertjes zijn. Zelf zouden ze de moed allang opgegeven hebben.

Maar op een dag, heeft de familie Mierielja helemaal geen eten kunnen vinden. Veel bewoners hebben de deur op slot gedaan en de spleetjes dichtgestopt met reepjes plakband. Overal rond de huizen liggen weer die vreselijke lokdoosjes. Dus ze gaan ze er met een weide boog omheen zoals opa hen geleerd heeft. Ze hebben al de zoveelste tuin bezocht met hun magere lijfjes van de honger! Maar opeens horen ze een zacht stemmetje. De hele rij blijft verschrikt stilstaan en ze kijken omhoog.

Een lief klein meisje met dunne blonde vlechtjes staat over hen heen gebogen. “Weten jullie wel dat jullie hier helemaal niet mogen komen?” zegt ze. De hele rij miertjes knikt en buigen verdrietig hun kopjes. Maar een klein kleutermiertje stapt uit de rij naar voren: “Ik heb honger,” zegt ze, “ik heb zoooo’n honger.” Dikke mierentranen rollen over haar wangetjes. Het meisje zwijgt verschrikt en krijgt medelijden. Ze begrijpt dat de mieren net zo goed als de mensen eten moeten hebben. Maar hoe moet ze hen helpen? Het liefst zou ze haar moeder om hulp willen vragen, maar dat kan niet want ze heeft overal lokdoosjes neergezet en is heel boos op die lelijke mormels zoals ze hen noemt. “Ik zal nadenken, wat ik eraan kan doen”, zegt ze. Ze haalt een suikerklontje uit haar zak. “Hier hebben jullie alvast wat.” Ze verkruimeld het klontje en legt het voor de miertjes neer. Allemaal verdringen ze zich om de kruimels en het word een heerlijk smulpartijtje. Wat worden ze uitgelaten en vrolijk. De rest verzamelen ze, zoveel als ze dragen kunnen voor opa en oma en nog enkele familieleden die thuis zijn gebleven. Ze bedanken haar en vragen hoe ze heet. “Fleurtje,” zegt ze “en ik zal wat bedenken hoor,” roept ze hun na als de stoet vertrekt.

Die avond krijgt Fleurtje een prachtplannetje. “Als alle mensen nu eens hun broodkruimeltjes bewaren voor de miertjes en suikerkorreltjes en nog meer lekkere hapjes en die bij hen brengen,” bedenkt ze. Als de miertjes dan beloven dat ze niet meer in hun tuinen en huizen zullen komen. Als mama haar die avond naar bed brengt vertelt ze over de mierenfamilie in hun tuin “maar ze zijn weer naar hun huis gegaan hoor,” zegt ze snel als haar moeder boos kijkt, en vertelt het plannetje wat ze bedacht heeft. Haar moeder luistert aandachtig. “Lieverd,” zegt ze, “Dat is nog eens een goed plan. Morgen moet je op school alle kinderen hier over vertellen en alle kinderen moeten het hun ouders vertellen. En in de hele stad overal briefjes ophangen.” “Fleurtje knikt. “We moeten een grote inzamelingsactie houden.”

En zo krijgen alle kinderen op school erover te horen, alle ouders horen ervan, ja heel Lindewiek hoort erover. Zelfs burgemeester Lindegroen is in zijn schik en laat een grote advertentie zetten in de Lindewiekse krant. Het is het nieuws van de dag. Fleurtje word de heldin van de mieren. Ze zal hen van de hongerdood redden, maar ook is zij het heldinnetje van heel Lindewiek. Zij zal iedereen van de mierenplaag redden. Er komt een prachtige foto van haar in de krant te staan. De komende dagen verzamelt iedere inwoner zijn kruimeltjes brood en er komt een hele berg suikerkorreltjes. Alles word op het schoolplein afgeleverd. Maar het is zo verschrikkelijk veel. Er is genoeg voor mieren in andere stadjes en dorpen in de omgeving. De Burgemeester heeft in de krant laten schrijven dat voortaan niemand ooit nog zijn broodkruimels mag weggooien. Zelfs niet voor de vogels buiten. Die moeten het met ander eten stellen.

En zo kreeg een blije familie Mierielja te horen dat er voortaan eten in overvloed voor hen zal zijn als zij beloven dat zij niet meer in de tuinen en huizen van de mensen zullen komen. En dat beloven ze maar al te graag. De kruimels zullen iedere dag tegen de avond, aan de rand van de stad worden gebracht waar het grote mierenhuis van de familie is.

Maar er zijn veel te veel kruimels en veel te veel suiker. De bakker van Lindewiek heeft al zo veel broodkruimels voor een heel mierenweeshuis. En dan bedenkt opa Mierielja een ander plan. “We openen een broodkruimeltjeswinkel, want er zijn nog veel meer mierenfamilies in de omgeving. Dan kunnen ze kruimeltjes bij ons kopen.” De hele stad vind het een goed plan. De Burgemeester staat er van te kijken. Die verstandige mieren toch.

Opa vind dat zijn oudste zoon in de winkel moest staan met zijn vrouw. De rest van de familie moet meehelpen om alles in orde te brengen en dagelijks de winkel netjes en schoon te houden en reclameborden maken. De kruimels moeten in kleurige verpakkingen komen. Er is genoeg te doen. De hele mierenfamilie helpt mee om de winkel op te zetten, zelfs de kleintjes helpen ijverig mee en het duurt niet lang of de winkel kan worden geopend. En daar liggen in prachtige gekleurde verpakkingen allerlei broodkruimels, witbroodkruimels, volkorenbroodkruimels, krentebolletjeskruimels, stokbroodkruimels zowel bruine en witte, maanzaadbroodkruimeltjes, tarwebollenkruimeltjes. Er zijn soorten, teveel om op te noemen. Ook zijn er verschillende soorten suikers, gewone witte en rietsuiker en witte en bruine basterdsuiker en kleine kuipjes met honing.

Boven de winkelruit hangt een groot bord: “De Kruimelwinkel van Meneer Mierielja” staat er met sierlijke letters.

De Burgemeester en Fleurtje mogen samen het lint doorknippen om de winkel te openen. De Burgemeester omdat hij nou eenmaal de baas in het stadje is en Fleurtje omdat zij het stadje en de mieren gered heeft. En dan is de winkel geopend. Dat er in Lindewiek een Kruimeltjeswinkel is geopend, gaat als een lopend vuurtje door de omgeving en overal komen mierenfamilies vandaan om inkopen te doen bij meneer Mierielja. Dat is een hele gebeurtenis, vinden jullie ook niet? Soms kom ik in Lindewiek en wie weet hoor ik nog eens zo’n aardig verhaal.


1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (1 Beoordeling, gemiddeld: 4,00 van 5)
Loading...


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links