Jonkvrouw Mireille en de Vreselijke Slang

Jonkvrouw Mireille en de Vreselijke Slang

 

In een grote mooie ronde torenkamer staat een grote mooie stoel. In die stoel zit jonkvrouw Mireille. Ze heeft een hele mooie lange jurk aan, met een sleep van 12 meter. Op haar hoofd een gouden kroon, van 2 kilo. En om haar hals hangt een zilveren ketting met parels. Om haar polsen heeft Jonkvrouw Mireille wel zes gouden armbanden met diamanten en robijnen. Aan bijna elke vinger heeft ze een enorme ring.
Naast haar mooie stoel staat een tafel met allemaal lekkers, vooral chocolade, want daar is Jonkvrouw Mireille wel gek op! De halve kamer staat vol met jonkvrouwenspeelgoed, poppen, nog meer sierraden, teveel om op te noemen!

Je zou denken dat Jonkvrouw Mireille helemaal gelukkig was. Zoveel mooie spullen. Zoveel snoepgoed. Zoveel speelgoed.
Maar nee, jonkvouw Mireille kijkt niet zo blij. Ze hangt half ondersteboven in haar mooie stoel met haar mooie jurk. En ze kijkt een beetje droevig. Hoe kan dat nou? Jonkvrouw Mireille heeft alles wat ze maar wil hebben. Toch?
Gisteren heeft Jonkvrouw Mireille zich aangemeld voor het toernooi. Nou ja, dat was de bedoeling. Volgende week is er een groot toernooi vlakbij het kasteel. Jonkvrouw Mireille is er al vaak bij geweest. Maar al dat zitten, kijken en met zakdoekjes wapperen, nee; daar heeft Jonkvrouw Mireille niet zoveel zin meer in. Jonkvrouw Mireille wil zelf een keer meedoen. En dus was ze netjes in de rij gaan staan tussen alle ridders die zich aanmelden. De rij was best lang.

Toen Jonkvrouw Mireille eindelijk aan de beurt was moest de inschrijfridder erg lachen. “Jonkvrouwen meedoen aan een toernooi? Nee, dat kan toch niet. Een jonkvrouw is toch geen dappere ridder.” Die stomme inschrijfridder viel bijna van zijn stoel van het lachen. Jonkvrouw Mireille mocht niet meedoen.
Daarom is Jonkvrouw Mireille nu erg verdrietig. Het is niet eerlijk! Zelfs chocola smaakt haar niet. Opeens krijgt Jonkvrouw Mireille een ideetje. Er komt een glimlach op haar gezicht.

Midden in de nacht, als het pikkedonker is in het kasteel, gaat de deur van de grote mooie ronde torenkamer zachtjes open. Jonkvrouw Mireille kijkt voorzichtig om de deur, in haar hand heeft ze een piepklein kaarsje wat net genoeg licht geeft. Ze sluipt over de gang in haar jonkvrouwenpyjama. De hoek om, naar de grote wapenkamer van het kasteel. Daar liggen alle zwaarden, speren, harnassen en nog veel meer. Als Jonkvrouw Mireille daar is aangekomen zoekt ze een mooi harnas uit en trekt het aan. Best wel zwaar, dat harnas. Gelukkig is Jonkvrouw Mireille ook erg sterk. Ze kiest ook nog een zwaard, een schild en een goedendag uit
Nog zachter dan eerst, zo’n harnas piept en rammelt best wel een beetje, sluipt Jonkvrouw Mireille verder. Naar de stallen. Daar staat haar eigen paard. Springer heet dat paard. Het paard kan namelijk vreselijk hoog springen. Alleen laat hij na elke sprong wel een hele grote wind.
Springer moet wel even wennen aan Jonkvrouw Mireille in een harnas. Springer kende zijn baasje alleen maar in een jonkvrouwenjurk. Maar Springer is een heel slim paard, hij is al snel gewend. Even later loopt Springer over de binnenplaats van het kasteel. Jonkvrouw Mireille heeft doeken om zijn hoeven gebonden, dan loopt hij heel stilletjes. Dan spoort Jonkvrouw Mireille haar paard aan. Springer galoppeert in volle vaart over de binnenplaats en neemt een enorme sprong… zo over de hoge muur van het kasteel. En dan galoppeert Springer weg, de donkere nacht in. Maar niet voordat Springer een grote paardenscheet heeft gelaten. Gelukkig is het deze keer een hele zachte…

Waar gaan ze nu naar toe? Jonkvrouw Mireille weet het wel, ze heeft een plan. Ze gaat naar het hol van de Vreselijke Slang. En daar zal ze die Vreselijke Slang aan stukjes hakken. Er zijn al veel ridders geweest die dat geprobeerd hebben. Maar nog nooit is dat gelukt. Als de ridders de Vreselijke Slang zagen dan renden ze hard weg. Zo vreselijk eng ziet die Vreselijke Slang er uit. “Als ik de Vreselijke Slang versla dan zullen we nog wel een zien of ik met het toernooi mee mag doen,” denkt Jonkvrouw Mireille bij zichzelf. En ze rijdt stug door.

Na een nacht doorrijden wordt het weer licht en komt de berg in zicht waar de Vreselijke Slang zijn hol heeft. Jonkvrouw Mireille rijdt rustig door, ze vind het wel spannend. Daar is het donkere hol al, waar de Vreselijke Slang woont. Jonkvrouw Mireille zet Springer voor het hol , pakt haar zwaard in haar rechterhand en het schild in haar linkerhand. Aan haar riem hangt de goedendag.
“HEE, ROTSLANG.” Er gebeurt niets. Jonkvrouw Mireille schreeuwt nog een keer. Het blijft stil. Het is wel heel stil. Doodstil. Zelfs de vogeltjes fluiten niet….

Opeens gebeurt het. Er klinkt een vreselijke schreeuw uit het hol. IJskoud word je daarvan. En tegelijk komt er een enorme slang aan geschoven. Zijn bek staat wijd open, de grote slangentong flitst heen en weer. De grote giftanden klaar om te bijten, het gif druppelt er al af… Sissend komt de Vreselijke Slang eraan gedenderd. Van schik laat Jonkvrouw Mireille haar zwaard uit haar handen vallen, kletterend valt het op de grond. Springer schrikt ook, hij springt wel 8 meter de lucht in! Terwijl ze omhoog vliegt met Springer denkt Jonkvrouw Mireille aan de goedendag aan haar ridderriem. Snel pakt ze de goedendag vast bij zijn lange steel en houdt het in de lucht. Omdat Springer nu zo hoog springt is Jonkvrouw Mireille boven de kop van de Vreselijke Slang. Met een enorme klap slaat ze de dikke kop met spijkers van de goedendag op het hoofd van de Vreselijke Slang…

Met een enorm gekraak slaat de goedendag dwars door het hoofd van de Vreselijke Slang heen. “Dat is raar,” denkt Jonkvrouw Mireille . De Vreselijke Slang heeft toch een kop? Met botten? En bloed? Maar er is helemaal geen bloed. Wel papier-machee. Het ruikt naar verf, en versplinterd hout.

De Vreselijke Slang is nep! Helemaal nep! Wel heel knap gedaan, dat wel. Maar nu is er geen Vreselijke Slang meer, alleen een hoop rommel. Jonkvrouw Mireille en Springer landen na de enorme sprong weer op de grond. “PRRRRRTTTTTTT,” Springer laat weer een hele grote wind. Nou ja, na zo’n sprong mag dat ook wel, toch? Een beetje verbaasd staat Jonkvrouw Mireille om zich heen te kijken. Is dit nu alles?

“Nou ja zeg! Alles kapot! “ Jonkvrouw Mireille kijkt naar links, daar staat een klein mannetje beteuterd te kijken. “Ik dacht dat ik aangevallen werd,” zegt Jonkvrouw Mireille , “ik dacht dat ik me moest verdedigen.”
“Ik heb de Vreselijke Slang gemaakt om de mensen uit de buurt te houden,” zegt het mannetje. “Ik ben uitvinder en ik houd niet van pottenkijkers. “ ”Maar nu komt iedereen kijken natuurlijk,” zucht hij droevig.

Jonkvrouw Mireille schudt haar hoofd. “Nee, dat hoeft niet, ik heb een plannetje.”

De volgende dag staat Jonkvrouw Mireille samen met Springer klaar op het toernooiveld. Zij was de enige ridder die het durfde om de Vreselijke Slang aan te vallen. Dat moest de inschrijfridder wel toegeven. En ook dat dit wel heel erg dapper was. En ja, als je dapperder bent dan alle ridders, dan kan je wel meedoen met het toernooi.

Jonkvrouw Mireille heeft ook een andere kamer, lekker vlak bij de stal. Want zonder Springer was het allemaal niet gelukt. En het kleine mannetje woont nu in de torenkamer. Daar komt bijna nooit iemand. Kan hij lekker nog meer dingen uitvinden.

1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (1 Beoordeling, gemiddeld: 5,00 van 5)
Loading...


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links