Ridder Lars

Ridder Lars

Ridder Lars van Koekendaal en de tovenaar Malodeur.

Jullie hebben er vast nog nooit van gehoord, maar hier vlak bij Doetinchem lag lang, heel lang geleden een heel groot kasteel.
Het kasteel is er nu al lang niet meer, het is eerst een ruïne geworden en nu weet bijna niemand meer waar het ooit gelegen heeft.

Een tijd geleden sprak ik een hele oude man en hij vertelde mij een verhaal. Hij had dat verhaal weer van zijn opa gehoord in die had het weer van zijn opa. Het is dus een heel, heel oud verhaal.

En dit is wat hij vertelde.

Heel vroeger, toen er nog geen auto’s waren en de mensen op paarden reden, toen er nog ridders waren en tovenaars en heksen, toen was er een groot trots kasteel net aan de rand van Doetinchem.

Het kasteel had een grote uitkijktoren, om te zien of er geen boeven in de buurt waren, een grote slotgracht, zodat er niemand zo maar binnen kon komen, en een hele dikke hoge muur, helemaal om het kasteel heen.
De baas van het kasteel was een dappere ridder, die ridder heette ;
Ridder Lars van Koekendaal.
Ja, dat is echt waar.

Ridder Lars van Koekendaal had een heel mooi glimmend harnas, een heel lang en heel scherp zwaard en hij was vreselijk sterk.
Als hij dat wilde kon hij een paard optillen, zo sterk was hij !
Ridder Lars had ook een paard, Bliksem. Het was het snelste paard van heel Doetinchem, het kon nog harder rennen dan de bliksem.

Op een dag zat ridder Lars op de troon in de grote zaal van het kasteel toen er een soldaat binnen kwam.
Die soldaat had de hele dag in de grote uitkijktoren gekeken of er geen boeven aankwamen. Hij had gelukkig geen boeven gezien, maar wel iets anders. Iets wat hij niet begreep, daarom ging hij het maar aan ridder Lars vertellen, misschien dat die een antwoord wist.
Ridder Lars was namelijk ook heel erg slim, moet je weten.

De soldaat vertelde wat hij gezien had, daar boven in die toren.
Hij keek uit de toren en hij had rook gezien.
“O help, het is toch geen brand “? dacht de soldaat en hij pakte zijn verrekijker. Door de verrekijker zag hij een dun straaltje rook de lucht in kringelen.
Hij keek nog eens goed, en toen zag hij dat het paarse rook was. Dat is gek, paarse rook ! En het kwam midden uit het grote bos, daar wonen geen mensen. De soldaat snapte niet zo goed wat er aan de hand was, daarom vertelde hij het maar aan ridder Lars.

Toen de soldaat weer weg was ging ridder Lars naar een kamer in het kasteel waar nooit iemand mocht komen. Alleen ridder Lars had de sleutel van die kamer.
Hij deed de deur open en ging naar binnen. Langs de muur stond een grote kast vol met hele oude boeken.
Ridder Lars pakte een boek en ging er in lezen. Toen pakte hij een ander boek en keek erin. Toen weer een ander boek en zo ging het maar door.
De hele nacht was ridder Lars aan het lezen in hele oude boeken, hij zocht in de oude boeken of er iets in stond over paarse rook.
Iedereen ging slapen maar ridder Lars niet, hij bleef maar zoeken.

De volgende morgen toen iedereen weer wakker was kwam ridder Lars weer te voorschijn, hij had een boek onder zijn arm.
Hij had een heel ernstig gezicht maar hij wilde niets zeggen.
Iedereen in het kasteel begreep dat er iets heel gevaarlijks aan de hand was, als ridder Lars niets wilde zeggen.

Ridder Lars trok zijn glimmende harnas aan, hij gespte zijn zwaard om en ging naar de stal.
Daar stond Bliksem, het paard, al klaar. Ridder Lars deed het oude boek, wat hij steeds bij zich had, in de zadeltas.

Bliksem ging er heel hard vandoor, ridder Lars zat gebogen op de rug van het paard, recht in de richting van de plek waar de paarse rook nog steeds omhoog kringelde uit het bos…..

Al snel waren Bliksem en ridder Lars midden in het bos.
Het was heel stil in het bos, er was geen vogeltje te horen. Alle dieren waren gevlucht voor de paarse rook..

Bliksem scheurde over het bospad, met een rotgang.
Opeens viel er met een enorm gekraak zomaar een grote boom dwars over het pad, vlak voor ridder Lars en Bliksem.
Ze konden niet meer stoppen, ze zouden zo tegen de boom aanlopen want remmen gaat niet als je zo hard gaat als Bliksem.
Ridder Lars schrok wel een beetje, en Bliksem ook.
Bliksem hinnikte heel hard en nam toen een hele grote sprong. Hij sprong met ridder Lars op zijn rug zo over de gevallen boom heen.
Wat een sterk paard !
Nuwist ridder Lars het zeker, er dreigde groot gevaar !

Hij liet Bliksem wat langzamer lopen en een tijdje later begon het vreselijk te stinken, Bliksem en ridder Lars moesten er van hoesten, zo vreselijk stonk het.
Maar ze gingen gewoon door, ridder Lars deed een zakdoek voor zijn neus, en pakte zijn ridder sjaal en deed die voor de neus van Bliksem.

Voorzichtig gingen ze verder, ridder Lars wist nu wel zeker wat er aan de hand was. Hij had erover gelezen in het oude boek.
Een gevaarlijke tovenaar zat in het bos en niemand mocht in de buurt komen.
Die tovenaar maakte vreselijk vieze stinkluchtjes, zo vies dat iedereen ging verhuizen. Als iedereen dan weg was bleef het nog jaren vreselijk stinken en kon er niemand meer wonen.
En dan ging de tovenaar weer naar een andere plek om vieze lucht te maken. Dat vond de tovenaar leuk, mensen plagen.

Die tovenaar heette ‘Malodeur’. En nog nooit had iemand hem weggejaagd als hij ergens vieze lucht ging maken.

Het stonk vreselijk, maar ridder Lars en Bliksem gingen toch door.

Toen waren ze vlakbij de plek waar de paarse rook vandaan kwam.
Ridder Lars zag een pot op een vuurtje staan waar paarse rook uit kwam en een vreselijke stank.
Om het vuur heen liep een mannetje met een hoge hoed op, hij zong een vies liedje. : stink stink stink maar door, stink stink stink maar door.

Wat een stank !  Toen zag tovenaar Malodeur ridder Lars en Bliksem staan. Hij maakte een toverbeweging en daar kwam de paarse rook op ridder Lars af.
Maar Bliksem hielp. Hij moest enorm niezen, een hele grote paardennies; “HATSJOE !!” en de stink rook ging weer de andere kant op.
Tovenaar Malodeur keek heel boos, dat was hem nog nooit gebeurd, dat iemand hem tegenwerkte !

Hij maakte nog een toverbeweging en de rook uit de pot werd vuurrood en het ging nog harder stinken.

Ridder Lars dacht diep na, hij had in het oude boek een toverspreuk gelezen tegen de toverkracht van Malodeur.
Ridder Lars keek Malodeur recht aan en zei hardop :
” Savonseiffesoap “. En toen nog eens. En nog eens.

Hier kon de tovenaar niet tegen. Dit was precies de goede toverspreuk tegen Malodeur.
Met een woeste kreet veranderde de tovenaar zichzelf in een ezel en de ezel rende heel hard weg.

Bliksem ging er achteraan, Ridder Lars dacht aan wat hij nog meer gelezen had in het oude boek. Hij moest de ezel in zijn staart prikken, dan bleef de tovenaar voor altijd een ezel. Anders werd de ezel straks weer tovenaar Malodeur, en ging hij weer mensen plagen met zijn vieze luchtjes.

Gelukkig dat Bliksem het snelste paard was van heel Doetinchem. Al snel hadden ze de rennende ezel ingehaald en prikte ridder Lars met zijn zwaard in de staart van de ezel. “IIAAAA”, balkte de ezel boos, toen hij voelde dat er in zijn staart werd geprikt. Nu bleef de boze tovenaar voor altijd een ezel.
Ridder Lars pakte een touw en bond het om de nek van de ezel.
Zo moest de ezel Malodeur met hem mee naar het kasteel. Op het kasteel hadden de mensen al gezien dat de paarse rook was verdwenen, vol spanning wachtten ze af wat er zou gebeuren.
Zou Ridder Lars gewonnen hebben ?

Gelukkig zagen ze al snel het hoofd van Bliksem te voorschijn komen, met Ridder Lars op zijn rug. Alleen dat rare ezeltje, dat kende niemand.
Iedereen begon heel hard te juichen toen Ridder Lars vertelde wat er allemaal gebeurd was.
En zo heeft Ridder Lars van Koekendaal het kasteel gered van de toverkunsten van de slechte tovenaar Malodeur.


1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (2 Beoordeling, gemiddeld: 3,00 van 5)
Loading...


4 reacties op Ridder Lars

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links