De straatmuzikant

De straatmuzikant

De muzikant staat met zijn gitaar in de winkelstraat. Zijn gitaarkoffer ligt open, af en toe gooien kinderen wat geld bij paar munten die hij zelf op de bodem van de kist heeft gelegd.
“Un tazza di caffee.”
De teksten in het Napolitaans dialect vloeien gedachteloos uit zijn mond, zijn vingers vormen als vanzelf de passende accoorden op de versleten gitaar.
Hij zingt zijn lied en zo verdient hij zijn geld.
Veel geld belandt er niet meer in de koffer. De opbrengst van zijn optreden voor het grote raam van de winkel valt niet mee. Een beetje mistroostig kijkt hij naar de lucht, grauw en grijs. Het is maar goed dat hij hier voor het raam is gaan staan, onder een afdak, de regen zal niet lang op zich laten wachten.
Met een vermoeid gezicht bukt hij zich en rommelt in zijn rugzak. Hij haalt een mondharmonica te voorschijn en een metalen beugel. Zijn hoofd steekt hij door het beugeltje, hij draait wat aan twee schroeven en dan klemt hij de mondharmonica vast, vlak voor zijn mond.
Zijn handen laten de gitaar het volgende lied klinken, zijn mond blaast de tonen door de mondharmonica de wereld in.
“Io Paradise.” Het lied van de twee straatmuzikanten, de gitarist en de mandolinespeler die in de hemel kwamen om daar een droevig lied te zingen, het lied dat de hemel wel een goede plaats is om te verblijven, maar de beste plaats toch Napels heet.
De heimwee snijdt door zijn hart als hij de vertrouwde woorden uit zijn mond hoort komen.
Voor zijn geestesoog ziet hij de palmen en de blauwe zee van zijn geboortestad, even ruikt hij lavendel van de velden en de etensluchtjes die uit de keukens komen waar de vrouwen de pasta bereiden, even voelt hij de warme wind door zijn haren strijken, een moment brandt de mediterrane zon op zijn gezicht, zijn moedertaal klinkt van alle kanten in zijn oren
Hij probeert het moment uit alle macht vast te houden.
De palmen en de zee lossen op tot grauwe lucht, de geuren vallen stuk op de steentjes van de winkelstraat, de ronde klanken van het Napolitaans dialect veranderen tot zuid-Duits.
” Seh’ mal Mutti, ein Musiker. Darf ich ihm etwas schenken ?”
Mutti kijkt warm naar haar kind en er komt een geldstuk te voorschijn. Trots loopt het meisje naar de koffer en laat de munt vallen.
“Grazie ragazza.” Professioneel bedankt hij de kleine dame.
Snel begint hij aan een volgend lied om de aandacht vast te houden.
“Il Mare,” de zee. De golven van de zee komen klankmatig uit het klankgat van de gitaar. De heimwee ligt alweer op de loer, maar de kans op nog een paar munten in zijn kist helpen hem om de muziek krachtig te laten klinken, met een passende emotie.
Mutti en het meisje blijven staan, het kind kijkt hem met glimmende ogen aan, onwillekeurig begint haar lijf te bewegen op de muziek.
Er voegen zich nog een paar mensen bij het kleine gezelschap, hij zingt en speelt.
“Femana, femana,” een ode aan de vrouw.
Hier en daar gooien handen wat munten in de koffer.
Hij zingt en speelt en let scherp op. Met een vriendelijke knik bedankt hij iedere gever.
De schemering maakt de grauwe lucht zwart. De eerste druppels van de regen kleuren de winkelstraat met hun natte tint.
De muzikant gaat verder met een volgend lied.
Stond hij zich een kwartier geleden nog zorgen te maken over zijn avondeten, nu ziet hij dat er een goed maal aan munten in de koffer ligt, misschien dat er straks nog een hotelkamer afkan….
Inwendig een beetje trots zingt hij zijn verdriet over straat. De kring om hem heen groeit. Steeds meer muntjes vinden hun weg naar de koffer.
De artiest wint het van zijn heimwee. Hij zal zijn verzamelde publiek het beste geven, fluitend soleert hij de melodie bij de accoorden. Bij het einde van het lied klinkt er een verlegen applaus.
Hij buigt naar alle kanten, “Grazie, grazie.”
Zijn oude charme komt naar boven, de kleine muzikant groeit zichtbaar. “Meine Damen und Herren, ein nächstes Lied. ”
In zijn beste Duits kondigt hij zichzelf aan, het publiek geniet van het charmante accent, als hij de eerste accoorden aanslaat klappen de handen alweer.
“Danke schön,” zegt hij snel tussen de inleidende muziek door. Er gebeurt iets voor het grote winkelraam.
De mensen blijven steeds meer staan om te luisteren naar de melancholieke liedjes.
De menigte groeit aan tot een grote groep mensen, een vrije doorgang in de winkelstraat is haast niet meer mogelijk.
De etalage achter de muzikant wordt verstopt door de menigte.
De muzikant geniet van de aandacht, hij stijgt boven zichzelf uit, de muziek komt uit de bodem van zijn ziel.
Een luid applaus volgt op het slotaccoord, de muntjes rinkelen in de koffer.
Binnen staat de filiaalchef met een lang gezicht te kijken naar de bijna lege winkel, bijna jaloers kijkt hij naar buiten, waar de mensen staan.
Hij blijft nog even staan en loopt dan naar de telefoon.
Niet lang na het telefoontje wurmen zich twee agenten door de menigte, ze onderbreken een vrolijke mondharmonica solo.
“Haben Sie ein Ausweis ? ” De vraag, besloten in de zin klinkt als een bevel.
De muzikant stopt.
“Ein moment bitte, meine Damen und Herren .” Beleefd wendt hij zich even tot zijn publiek.
De agent herhaalt de vraag. “Wo ist Ihren Ausweiss.”
De muzikant legt zijn gitaar neer en zoekt zijn paspoort in zijn jas. Als hij het document aan de agent overhandigt ziet hij dat zijn publiek vertrokken is, mensen hebben het niet zo op handhavers der wet.
Het paspoort is in orde, de agent sommeert hem om een andere plaats te zoeken, hier belemmert hij de doorgang, dat is brandgevaarlijk en zo.
Dan zijn de agenten weg. De muzikant verzamelt de opbrengst van zijn spel, een jaszak vol munten. Maar het spelen ging zo lekker, even was hij alles vergeten en het publiek zo vol aandacht.
Verdrietig pakt hij zijn spullen bij elkaar, als hij bukt om de gitaar in de koffer te doen dwaalt zijn blik de winkel in.
Zijn ogen kruisen die van de filiaalchef.
Ook zonder woorden weet de muzikant nu hoe de agenten de weg wisten te vinden naar zijn onverwachte succes.
Met een zucht tilt hij zijn bezit op en loopt naar het begin van de winkelstraat door de milde regen. Hij had op zijn weg de straat in een Italiaans eethuisje gezien, hij kan in ieder geval wat gaan eten. Meestal weet hij van verre de echte Italiaanse uitbaters van hun Turkse collega’s te onderscheiden, vanavond lukt hem dit niet.
Pas als hij binnen staat en de ober naar zich toe ziet komen merkt hij dat Italiaans spreken er niet meer in zit.
In het Duits plaatst hij zijn bestelling.
Nu maar hopen dat het een beetje smaakt.
Wachtend op het eten pakt de muzikant zijn portemonnee, vouwt hem open en kijkt lang naar de versleten foto achter het bekraste plastic venstertje. Een vrouw en drie kinderen lachen hem toe, met een zucht die haast in een snik eindigt lacht hij terug.
Het eten is niet slecht maar zeker niet echt Italiaans. Toch smaakt het hem wel. Hij graait in zijn jaszak en telt het geld in zijn hand. Dan voelt hij nog eens aan de jaszak, het gewicht valt hem niet tegen.
De ober reageert op zijn wenk en brengt hem per omgaande het bestelde flesje wijn. De winkels zijn nu dicht, de mensen naar huis. Hij kan beter maar even blijven zitten voor hij een hotel opzoekt. De wijn rolt door zijn mond. Smakelijk. Echte Italiaanse wijn. Dat wel.
Genietend leegt hij zijn glas.
De melancholie die hem de hele dag al vergezeld voedt zich met de alcohol. De eenzaamheid zit tastbaar voor hem, in de stoel aan de overkant van het tafeltje.
Met een trieste lach op zijn gezicht drinkt hij verder.
Hij staart nog een tijdje naar de lege fles, dan staat hij op, betaalt en loopt naar buiten. Door de lege straten van het zuid-Duitse stadje loopt de eenzame muzikant, met zijn gitaar en zijn rugzak.
Al vrij snel vindt hij een eenvoudig hotel, niet te duur.
Toch komt de bodem van de jaszak met geld al aardig in zicht.
Hij denkt even na en neemt een besluit. Het geld nu meteen uitgeven, nee, toch maar niet. Hij belt ze later wel een keer.
De hotelkamer is eenvoudig, alle waar naar zijn geld. Toch staat er een kleine televisie, met een verwachting waarvan hij stiekem weet dat deze niet gerechtvaardigd is loopt hij de zenders af. Bij de laatste van de twaalf voorkeurzenders weet hij het zeker, hier in dit hotel kijkt men niet naar de Italiaanse televisie.
Hij legt zich op het bed, gaat op zijn rug liggen en luistert naar de geluiden van buiten. Zijn gedachten dwalen door zijn hoofd, zonder geluid te maken vormen zijn lippen de naam van zijn vrouw. Dan komen de namen van zijn drie kinderen.
Hij mist ze.
Hij mist ze vreselijk.
Een tijd lang probeert hij om hun gezichten voor zijn geestesoog te laten verschijnen.
Even lukt het en ziet hij de vier gezichten voor zich. Net als hij blij terug wil lachen lossen de gezichten weer op in het niets.
Het duurt nog lang voor de muzikant de slaap vindt.
De volgende morgen gebruikt hij een eenvoudig ontbijt in het hotel. Na een tweede kop koffie verdwijnt hij de straat op, op zoek naar een goede plek om wat geld te verdienen.
Hij loopt door de winkelstraat, klinkers in vrolijke patronen op de grond, het stijgen van de straat af en toe onderbroken door een paar traptreden.
Daar, bij de kruising, daar is een goede plek.
De rugzak tegen de muur, de gitaarkoffer open. Hij stemt de gitaar even en begint voorzichtig te spelen. Zijn stem neuriet de melodie. Niemand blijft staan, de mensen zijn op weg, ze hebben geen tijd.
De nacht in het hotel was een flinke aanslag op zijn budget. Eigenlijk had hij ook een pension moeten nemen, veel goedkoper. Maar ja, af en toe een hotelkamer…. en het ging gisteren ook zo lekker, de muziek kwam als vanzelf, net als vroeger. Terwijl zijn handen spelen en zijn stem neuriet dwalen zijn gedachten weer af, nu naar zijn verleden.
Vroeger, toen zijn zwarte haardos nog vol was en glansde, zijn huid strak. Het enige wat niet is veranderd is de trotse blik uit de zwarte ogen. Zijn stem dwaalt af, de accoorden volgen elkaar niet meer zo logisch op.
Hij zucht, de herinnering aan zijn glorietijd vlamt even door hem heen, toen, lang geleden, toen hij samen met zijn vriend, de mandolinespeler, langs de kust trok.
Overal waar ze hun spel lieten klinken werden ze warm verwelkomt, de terrasjes en de cafés dongen om hun muzikale gunsten.
Napoli, Sorrento, zacht klinken de namen in zijn geest.
De uitnodigingen om op feesten te komen spelen, gratis eten en drinken, volop waardering en ook nog goed betaald.
Hij komt weer tot zichzelf, hij merkt nu pas dat zijn handen de snaren niet meer beroeren. Er is geen stilte in de straat, nee, een paar winkels verder knalt de muziek de straat op uit een grote zwarte luidsprekerbox.
Hij besluit om zijn boeltje maar weer op te pakken en een betere plek te zoeken. Zo loopt hij even later door de winkelstraten, tot hij op een pleintje komt. Hij kijkt eens om zich heen, het pleintje ziet er wel aardig uit. Er is zelfs een stukje van de Alpen te zien.
Ruimtelijk.
En af en toe lopen er al wat mensen heen en weer. Ja, geen slechte stek. Hier maar eens een poging wagen. Hij pakt de gitaar maar uit, de mondharmonica met statief om zijn nek.
Hij haalt nog eens diep adem. Het plein voelt goed aan, hij wordt er vrolijk van. De jazz accoorden vullen de melodie goed aan, hij speelt dat het een lieve lust is.
De muziek gaat haar eigen gang, hij voelt niet meer dat hij speelt, zo gaat hij in de muziek op.
De noten dwarrelen over het plein.
Er blijven zelfs mensen staan, al is het maar even. Er ontstaat een klein groepje mensen rondom de kleine straatmuzikant. Met haast een soort eerbied staan ze te luisteren, als er iemand hardop iets zegt wordt hij verwijtend aangekeken, waarop de spreker bijna schuldig zwijgt. De melodie komt uit op het einde, bij het laatste accoord opent de straatmuzikant zijn ogen.
Hij blikt verbaasd naar het groepje plechtig luisterende mensen, hij had niet gemerkt dat hij zoveel publiek had verzameld.
Met een diepe buiging neemt hij het applaus in ontvangst.
“Danke schön, meine Damen und Herren. Danke schön.”
Hij zet een volgend stuk in, de Blue Bossa.
Het is nog vroeg, de mensen moeten naar hun werk. De muziek is goed, maar de betovering is verbroken.
Hier en daar gooit iemand wat geld in de openstaande koffer. Al snel is hij weer bijna alleen. Hij werpt eens een blik in de koffer. Veel heeft het niet opgebracht, maar hij heeft zichzelf weer eens bewezen dat hij zijn oude kunsten nog niet verleerd is.
De gitaar gaat weer in de koffer, de rugzak op zijn rug.
Het wordt tijd om een ander stadje op te zoeken, hij krijgt sterk het gevoel dat de winkeliers en de politie hem al gaan herkennen.
Zo loopt hij een stuk door de stad, de winkelstraten worden gewone straten. Hij volgt de bordjes richting Autobahn. Eens kijken of hij daar een lift kan krijgen.
Hij blijft halverwege de oprit staan, dan is hij goed zichtbaar. Een tijd lang staat hij met zijn duim omhoog. De auto’s wachten niet. Een man met een rugzak en een gitaar. Midden in de winter.
Dat is niet het gezelschap wat je nou zo direct meeneemt.
Uiteindelijk stopt er een oud vrachtwagentje. Piepend komen de banden tot rust, vlak voor de voeten van de straatmuzikant. “Woher geht’s denn ?” vraagt de chauffeur.
“Macht nichts, ist mir egal,” is het antwoord.
Het vehikel komt weer tot leven en de chauffeur laat de uitlaat grote wolken uitbraken om op snelheid te komen voor het invoegen op de snelweg. Veel praten ze niet samen. Het Duits van de straatmuzikant is niet echt vloeiend.
Het vrachtwagentje gaat naar München. De muzikant vind het prima, München is een grote stad. Vast veel werk te vinden. Misschien wel in een Italiaans eethuisje, lekker binnen.
De gedachte aan comfortabel muziekmaken, lekker binnen, brengt hem in een goed humeur.
Een uurtje later zet de chauffeur hem af, midden in de stad.
Hij kijkt om zich heen, over het grote plein, naar de standbeelden. Geen restaurant te zien. Hij haalt z’n schouders op en zet zich in beweging. Er is vast wel een restaurant te vinden. Het duurt niet lang voor hij geluk heeft. Het eerste Italiaanse eethuisje wat hij binnengaat heeft een originele Italiaanse eigenaar.
Hij wordt onthaald met de mediterrane hartelijkheid die hij zo mist als hij niet in zijn vaderland is.
Het beste is niet goed genoeg voor een zwervende medelander in den vreemde.
Hij krijgt te eten en te drinken.
Daarna worden er pas zaken gedaan. En zo hoort het ook.
Ze spreken af dat hij een week lang s’avonds het restaurant van zijn muziek zal voorzien. Daarvoor krijgt hij kost en inwoning, de fooien die hij ophaalt zijn voor hem.
Hij stemt in. Eten en een dak boven zijn hoofd. Voor bijna niets. En buiten is het koud, de sneeuw dreigt, lang houd je het niet vol buiten.
De eigenaar komt uit Rome, dat is behoorlijk in de buurt van zijn geboortegrond, afstanden vervagen als je ver van huis bent. De baas laat de kamer zien, boven het eethuisje. Klein, zonder luxe, maar genoeg. Op de gang is een badkamer met een toilet. Als hij zal gaan slapen is dat met de geur van de eerder geserveerde gerechten in zijn neus.
Italiaanse gerechten. De muzikant knikt, het is goed.
Omdat het restaurant nog niet open is gaat de muzikant de stad in, met gitaar en mondharmonica. De rugzak laat hij op de kamer. Een tijdje struinen door de straten brengt hem bij de winkel straten. Hier kan hij nog wat zakgeld verdienen. Een kruispunt, met bankjes en een onduidelijk standbeeld van een vroegere Beierse grootheid. Ja, daar kan hij best onder staan. Met zijn voet veegt hij de sneeuw een beetje weg, dan wordt zijn gitaarkoffer niet zo vies.
Hij haalt adem en begint. “Io Paradise” klinkt weer door de straten. Veel haalt het niet uit, weinig mensen, en de gezichten zijn getekend door de haast.
” Il mare” en “Femana” laat hij ook tot leven komen.
De tien minuten dat hij zingt en speelt brengen hem 2 mark. Nee, dat is niet zo fantastisch, hij kan beter ergens binnen gaan staan.
De kou trekt in zijn vingers, laat staan dat de mensen het op kunnen brengen om in deze kou te blijven luisteren.
Hij pakt zijn boeltje weer in en dwaalt een tijdje door de straten, op zoek naar een warme plek waar hij kan spelen. Een overdekte winkelstraat of zo. Het zit hem niet mee, een goede plek is niet te vinden. Uiteindelijk vindt hij de weg terug naar het restaurant, de sneeuwvlokken vallen zacht uit de lucht naar beneden als hij de deur opent om naar binnen te gaan. De eigenaar kijkt op en steekt zijn hand op, dan gaat hij verder met zijn werk, hij heeft het druk. Er moet nog veel gebeuren.
De straatmuzikant zit even later op zijn kamer een beetje voor zich uit te staren. Niets te doen.
Z’n gitaar staat in de hoek van de kamer. Hij heeft er nog even op gespeeld en het instrument toen neergezet. Muziek kwam er toch niet uit. Hij gaat liggen op het bed. Misschien is het niet slecht om even wat te rusten, vanavond moet hij werken, de hele avond. Een glimlach dwaalt even over zijn lippen. Hij heeft toch werk, vanavond.
Zijn lichaam ontspant zich op het bed, zijn geest gaat dwalen.
De herinneringen tuimelen over elkaar heen. Zoals altijd komen de beelden van zijn geboortegrond het eerst. De witte huisjes, de hartelijke mensen, de warme zon.
Hij hoort zijn naam roepen, van ver. Hij herkent direct de stem van zijn zoon. In zijn hoofd vormt zijn mond het antwoord. “Ik ben hier, ver weg”.
Dan is hij opeens weer thuis, zoals vroeger. De kinderen spelen en dwarrelen om hun vader heen, zijn vrouw kijkt blij.
De televisie staat aan, op de Italiaanse zender, de luispreker laat een rappe stroom klanken op de kamer los.
Zo meteen gaat hij koken, pasta natuurlijk. De keuken verschijnt, hij rijkt naar de pannen die al klaar staan op het gasstel.
Er wordt op de deur geklopt.
Of hij nog wat eten wil, vraagt de eigenaar van het restaurant. Afwezig geeft hij een bevestigend antwoord, hij is nog half in zijn huis, bij zijn vrouw en kinderen.
Hij staat op en gaat naar het eetzaaltje. De eigenaar stelt hem voor aan de kok en diens hulpje.
De kok heeft al een gulle maaltijd bereid, de schalen staan dampend op tafel. Zo eten ze gezamenlijk, de verhalen komen los, de wijn gaat rond, het voedsel wordt geproefd en geprezen. Het is gezellig, de straatmuzikant is vrolijk en grappig. Hij voelt zich thuis hier. Het is net als vroeger.
Veel te snel begint het kokshulpje met afruimen en afwassen.
Spijtig staat de muzikant op.
“Maar morgen mag ik hier weer eten,” denkt hij als hij naar zijn kamer gaat.
Hij haalt een stel nette kleren uit de rugzak, scheert zich en verzorgt zich tot in de puntjes. Het duurt lang voor hij tevreden is met zijn spiegelbeeld. Dan neemt hij zijn gitaar en mondharmonica en daalt de trap af naar beneden.
De eigenaar wijst hem op een stoel in de hoek bij de keuken.
Voor de stoel staat een microfoon. De muzikant knikt en neemt plaats. Hij stemt zijn gitaar en kijkt nog eens om zich heen.
Gasten zijn er nog niet, het is nog te vroeg om al over etenstijd te kunnen spreken.
Hij ziet de eigenaar op zich af komen, hij realiseert zich dat de man hem nog nooit heeft horen spelen, hem in goed vertrouwen dit baantje aanbood.
Het eerste accoord vult de ruimte, gevolgd door de andere accoorden die samen een vlot ritme laten klinken.
Zacht zingt hij de tekst, hij moet eerst nog een beetje inzingen voor hij zijn stem echt kan gebruiken.
“O’surdate nnammurato”
De eigenaar kijkt verrast, hij kent het lied, zacht zingt hij het refrein mee. Hij applaudisseert bij de laatste klanken en verzekerd de muzikant dat de omzet tot grote hoogte zal stijgen met deze achtergondmuziek.
Ze stellen het niveau van de microfoon nog wat zachter, de muziek moet niet te veel overheersen.
Bij de laatste test komen er vier mensen binnen, verbaasd opkijkend als ze overspoelt worden door de warme klanken van de muziek. Ze hangen hun jassen op en gaan zitten. De eigenaar en de muzikant wisselen een laatste blik, dan gaan ze ieder aan hun werk.
De eigenaar brengt met een zwier het mandje met brood en kruidenboter naar het tafeltje terwijl hij zijn gasten welkom heet, de muzikant begint aan een van de liedjes van zijn riante repertoire.
De muziek klinkt en de gasten nemen plaats achter de tafels.
De sfeer is uitstekend, de kleine muzikant speelt en zingt.
Af en toe loopt hij met zijn gitaar tussen de tafels door en vraagt om verzoeknummers.
Hij is in vorm, regelmatig worden hem munten en briefjes toegestopt.
Opeens is het restaurant weer leeg, de avond is omgevlogen.
Hij zingt een laatste lied om de laatste gasten uitgeleide te doen. Dan legt hij de gitaar in de koffer. De eigenaar komt naar hem toe. Met vijftig mark. Hij heeft nog nooit zo’n omzet gehad en wijdt dit geheel aan de muzikale begeleiding van de avond. De muzikant is gelukkig, dit is waar hij goed in is.
Als hij zijn fooien telt is hij tevreden. Hij ligt op het bed boven het restaurant, te wakker om te kunnen slapen.
Ging het maar altijd zo, denkt hij melancholisch, dan had hij hier niet eens hoeven te zijn, dan had hij .. ja, dan was hij nu thuis geweest, bij zijn familie.
Geen zwervend bestaan, op zoek naar het geluk wat altijd een paar stappen voor hem uit schijnt te lopen en wat hij maar zelden inhaalt zoals vanavond.
Zijn thuis, ja. Waar is zijn thuis ?
Ligt het onder de zon in Italië, of is dat bij zijn vrouw en kinderen ?
Hij denkt aan de flat waar zijn vrouw nu ligt te slapen. Alleen met de kinderen. Morgen zal hij vragen of hij hier mag bellen, er is nu wel geld.
Nu is het toch te laat om te bellen, hij wil haar niet wakker maken. Hij zoekt in zijn rugzak naar een stuk papier en een pen. Zittend op het bed speelt hij zacht op zijn gitaar en neuriet een melodie. De melodie bevalt hem, al snel komen de woorden die naadloos aansluiten bij de klanken.
Voordat de teksten vervliegen in het niets vangt hij ze op het papier, de pen legt de tekst vast, al snel is er een nieuw lied ontstaan.
Hij speelt en zingt het net ontstane lied nog eens door, en dan nog eens, en nog een laatste keer. Hij is tevreden met zichzelf, het is een mooi lied over heimwee en hoop op betere tijden. Morgenavond zal het lied zijn première beleven in een klein Italiaans eethuisje.
Het papier draait hij om en hij zet nog wat woorden op papier. Zijn vingers zoeken op de gitaar naar een volgende melodie. Hij bromt zacht wat losse noten in de hoop dat er nog iets moois ontstaat.
Er komt niets moois meer tot stand, het lijkt steeds op iets wat hij al speelt of al heeft gemaakt.
Na een lange tijd geeft hij het op en maakt zich klaar om te gaan slapen, het is al vroeg in de morgen.
Hij gaat liggen en probeert zich te ontspannen. De slaap komt snel.
Het geluid van en stationair draaiende vrachtwagen motor en de bijbehorende geluiden van het lossen van de vracht doen hem ontwaken. Acht uur, ziet hij op zijn horloge.
Slaap heeft hij niet meer, rustig staat hij op en maakt zich op zijn gemak gereed voor de dag, hij heeft alle tijd.
Hij sloft naar het badkamertje op de gang en scheert en wast zich. Als hij vindt dat hij klaar is daalt hij af naar beneden, op zoek naar de eigenaar. Misschien valt er iets te ontbijten.
Beneden staat er een tafel gedekt, brood en koffie.
De eigenaar is bezig om de zojuist afgeleverde spullen op te ruimen, in het rap Italiaans wijst hij op de ontbijttafel.
Hij mag zijn gang gaan, er is genoeg. Of hij goed geslapen heeft ?
Was het bed in orde ? Hij is toch niet wakker geworden door die vrachtwagen onder zijn raam ? Wil hij misschien liever thee, dat is zo gemaakt, geen probleem.
De straatmuzikant geeft de verlangde antwoorden, dit is de cultuur die hij beheerst en even later vult hij zijn maag.
Er is zelfs een Italiaanse krant bij het ontbijt, al etend leest hij de pagina’s in de hem zo vertrouwde taal.
Kon hij iedere ochtend de dag maar zo beginnen !
Het brood van mediterane herkomst past naadloos bij de koffie en de berichten in de krant.
Hij neemt de tijd en geniet van ieder moment. Bij zijn laatste stuk brood komt de eigenaar even bij hem zitten voor een kop koffie, samen praten ze over het nieuws in de krant.
De eigenaar is een enthousiast mens, hij prijst de muzikant met zijn prestatie van gisteravond, hij is benieuwd wat de aankomende avond zal brengen.
De muzikant vertelt over het nieuwe lied wat hij gisteravond nog heeft gemaakt, hij zingt het voor, de eigenaar is vol lof.
Of hij gebruik mag maken van de telefoon, hij moet zijn vrouw nodig bellen, vraagt de muzikant. Hij zal natuurlijk betalen voor de kosten, verzekert hij.
Natuurlijk, vindt de eigenaar, de telefoon is achter de bar, hij gaat z’n gang maar, geen probleem.
De eigenaar gaat weer aan de gang, er moet nog zoveel gebeuren voor het restaurant de deuren weer opent.
De muzikant neemt de hoorn op van de telefoon. Het nummer kent hij uit zijn hoofd, voor hij kiest kijkt hij op zijn horloge. Ze is nu thuis, om deze tijd. In de hoorn klinkt het geluid van de overgaande telefoon. De telefoon die in zijn huis staat.
De telefoon blijft overgaan, er wordt niet opgenomen.
Net als hij besluit om de hoorn weer neer te leggen klinkt er “hallo, wie is daar ?”
“Met papa.” “PAPA !!” De stem van zijn jongste dochter springt uit de hoorn en treft zijn hart.
Op de kreten van zijn dochter hoort hij zijn vrouw reageren. “Is dat papa ?” hoort hij haar enthousiast roepen.
Even praat hij met het meisje, dan neemt zijn vrouw de hoorn over. Het gesprek is kort, ze vraagt wanneer hij weer naar huis komt, hij beloofd om dat zo snel mogelijk te realiseren.
“Maar ik heb nu werk in een restaurant, een Italiaans restaurant, minstens een week.”
Naar de verdiensten vraagt ze niet, en hij roert het onderwerp niet aan. Ze weten allebei hoe het dan gaat, ze willen nu allebei geen ruzie, daar zal de telefoonverbinding te kort voor zijn. Kort daarna wensen ze elkaar alle liefde op de wereld toe en dan klikt de lijn, het gesprek is afgelopen.
Even blijft de straatmuzikant staan, in zijn hoofd herhalen zich de klanken van wat hij net hoorde.
“Is alles in orde ?” De eigenaar komt langs lopen.
De straatmuzikant knikt afwezig. “Ja hoor, alles is goed.” Hij pakt zijn portemonnee en vraagt wat het gesprek kost.
De eigenaar wuift de vraag weg met een handgebaar. “Zo’n kort telefoontje ? Laat maar zitten.”
De muzikant knikt dankbaar. Hij vraagt zich af wat hij zal doen, het weer is niet ideaal om op straat te spelen, guur en koud. Hij besluit om maar gewoon zonder instrument naar buiten te gaan, een beetje de tijd doden tot hij weer kan spelen in het restaurant.
Met een wenk neemt hij afscheid van de eigenaar en opent de deur. Doelloos loopt hij door de straten, hij ziet de winkels en de mensen. Het maakt hem alleen maar triester.
Geld om iets te kopen heeft hij niet, zelfs als hij wel geld zou hebben zou hij niet weten wat hij dan zou moeten aanschaffen.
Wat hij wil is niet te koop.
Een platenzaak.
Daar gaat hij naar binnen, eens kijken of er ook iets op voorraad is van de artiesten waar hij van houdt.
Zijn vingers huppelen over de platen in de bakken hij heeft al snel gezien dat het assortiment niet aan zijn smaak voldoet. Het is warm binnen, hij blijft een tijd zogenaamd zoeken tussen de platen.
Een beetje te lang.
Met de vraag of hij hem kan helpen staat er een verkoper voor zijn neus. De man is duidelijk van plan om hem beleefd de winkel uit te werken, zo’n buitenlander die niets koopt is niet goed voor de sfeer in de winkel.
Beleefd antwoord de muzikant dat hij op zoek is naar de nieuwste uitgave van een zuidItaliaanse Jazzrock muzikant.
Even beleefd antwoordt de verkoper dat dit hier niet in de collectie aanwezig is, of hij verder nog iets wenst ?
Nee, dat is het enige waar hij naar zocht, de muzikant loopt al snel weer op straat.
Een tijdlang dwalend komt hij weer in de buurt van het restaurant, hij gaat maar eens binnen kijken, misschien kan hij de eigenaar helpen met het een of ander.
Hij mag de wijnflessen afstoffen, die in hun gevlochten rieten mandjes langs het plafond hangen.
Hij doet het met plezier, zo gaat de tijd wat sneller.
Met een trapje verplaatst hij zich door het restaurant, en iedere keer moet hij de stofdoek uitkloppen.
Als hij klaar is met afstoffen heeft de kok het eten al klaar, ze schuiven weer aan.
Het is weer gezellig tijdens het eten, de anekdotes vliegen over tafel heen en weer, sterke verhalen doen de ronde.
Veel te snel al wordt er weer afgeruimd, de kok en zijn hulpje gaan aan het werk, de eigenaar loopt door het restaurant en schuift hier en daar nog iets met tafels en kaarsen, de straatmuzikant gaat naar zijn tijdelijke kamer en doft zich op.
Met zijn gitaar en mondharmonica zit hij even later op zijn plek, stemt de snaren en laat de noten door de ruimte gaan.
De eigenaar beweegt met zijn hoofd zacht mee op de melodie, af en toe neuriet hij wat mee.
Het duurt een tijd voor de eerste gasten plaatsnemen aan tafel, de muzikant heeft intussen een gewaagde jazz melodie ingezet. Met het binnenkomen van de gasten schakelt hij naadloos over naar de typische Italiaanse klanken, daarmee creëert hij een uitnodigende sfeer, de eigenaar werpt hem een prijzende blik toe voor hij de gasten welkom heet.
Even later zit het eethuisje bijna vol, het bestek klettert, de glazen klinken.
De eigenaar loopt druk heen en weer om de bestellingen op te nemen en de gerechten op de juiste tafel te zetten, de kok en zijn hulpje bereiden de schotels in een rap tempo, de muzikant zingt en speelt de avond voorbij.
De sluitingstijd is snel bereikt, de eigenaar schenkt voor een ieder een glas grappa in om de geslaagde avond te vieren.
“Als het zo doorgaat dan kan ik gaan uitbreiden,” kondigt de eigenaar vrolijk aan.
Stiekem denkt de muzikant aan een vaste plek voor hem, in het nieuwe restaurant.
Zo borrelen ze nog even door en dan gaan de kok, het hulpje en de eigenaar naar huis.
De muzikant gaat naar zijn kamertje, hij is moe.
Al snel ligt hij in bed en valt direct in slaap.
Vroeg in de ochtend schrikt hij wakker, even weet hij niet waarom. Hoestend doet hij het licht aan. Verbluft kijkt hij naar de deur, een dichte rook kringelt gestaag het kamertje in. Direct is hij klaarwakker, snel kleedt hij zich aan en propt zijn bezittingen in de rugzak.
Met de rugzak en zijn gitaar bij zich opent hij de deur.
De hitte komt hem tegemoet, de vlammen dansen in de gang.
Hij sluit de deur meteen, blikt paniekerig om zich heen.
Met een zwaai opent hij het gordijn, door de kracht van de beweging scheurt het oude gordijn half van de rails.
Angstig morrelt hij aan de hendels van het raam, de handgreep schiet omhoog en met een ruk brengt hij het venster in de ventilatiestand.
Een rappe stroom Italiaanse krachttermen ontsnapt hem terwijl hij het raam weer in de oude stand terugbrengt.
Handgreep naar beneden en het raam is dicht. Met de handel op horizontale stand opent het venster.
Hij leunt naar buiten en onderzoekt de mogelijkheden om te vluchten. De enige manier die hij ziet is springen. Maar het is erg hoog.
De weerschijn van blauwe zwaailichten glijdt door het steegje.
“De brandweer !!”
Door het open raam wordt de rook nu flink zijn kamer ingetrokken, met alle kracht die in hem is brult hij om hulp. “HILFE !!!”
Na een paar keer schreeuwen komt er een brandweerman het steegje ingerend, hij zegt iets in zijn portofoon en binnen een oogwenk staat er een ladder tegen de gevel, een brandweerman klimt door het raam naar binnen.
De muzikant klautert langs de ladder naar beneden nadat hij de brandweerman heeft verzekerd dat hij de enig aanwezige is in het pand. De brandweerman komt achter hem aan met de gitaar en de rugzak. Eenmaal beneden wordt hij opgevangen door het circus van de hulpverleners, in een ambulance wordt na een korte controle vastgesteld dat hij geen schade heeft ondervonden van de brand.
Een beetje onvast op zijn benen stapt hij naar buiten.
De vlammen slaan uit het dak, de hitte laat de mensen, die onvermijdelijk staan te kijken, achteruit deinzen.
Hij ontwaart de eigenaar tussen de mensen, hij wurmt zich met zijn spullen door de menigte.
Verdriet en vreugde staan op het gezicht van de eigenaar als hij de muzikant op zich af ziet komen.
Het restaurant is er nu niet meer, maar gelukkig zijn er geen mensen omgekomen. “Mijn zaak is goed verzekerd,” zegt hij, “maar het zal de nodige tijd in beslag nemen voordat ik weer open kan gaan. Als het zover is dan moet er zeker weer life muziek komen.”
De muzikant begrijpt het.
Met een warme handdruk nemen ze afscheid in het ochtendgloren.
Een laatste armzwaai als groet, dan loopt hij weg, in de richting van de Autobahn.

Hij steekt zijn duim op bij iedere auto die hij achterop hoort komen.
1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (1 Beoordeling, gemiddeld: 5,00 van 5)
Loading...
Let op.
Dit verhaal is in druk verschenen !

In het prachtige fotoboek van fotograaf Daniel Dely staat een bewerking van dit verhaal.

Het boek, “Muziek in de open lucht” is hier te koop.

Muziek in de open lucht - Daniel Dely

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links