De Yeti van de Achterhoek.

De Yeti van de Achterhoek.

Af en toe dreunt de grond een beetje van de zware stappen die de behaarde poten zetten. En dan is het weer stil in de donkere nacht. Stil in de bossen van de Achterhoek, daar waar maar weinigen de weg kunnen vinden zonder te verdwalen.
Er schiet een klauw naar een dommelend schaap in een weiland. Nog voor dat het dier tijd heeft gehad om wakker te worden is het er niet meer. In stukken gebroken.
De andere dieren schrikken wakker, rennen weg van de plek des onheils.
Dan is het weer stil. Slechts een scherp luisteraar hoort de sluipende tred, en de smakkende geluiden van de schaduw in de nacht.

Het werd eerst met het nodige ongeloof ontvangen.
Een Yeti. In de Achterhoek.
Totaal onmogelijk. Hier en daar verschenen er wat stukjes in de krant, het is komkommertijd.
Grinnikend lazen de mensen de berichten over buitensporige voetafdrukken in de grond. Hier en daar werd wel eens een koe of een schaap vermist. Gestolen. Dat blijft van tijd tot tijd voorkomen. Veel aandacht werd er niet aan besteed.

In een deftig herenhuis, ergens aan de grachtengordel van onze hoofdstad, is een instituut gevestigd.
Een altijd blinkend koperen bord vermeldt de naam van het instituut :” Dr. van Leeuwenberg instituut”.
Onder de grote letters, die bijna schreeuwerig de naam aan de wereld bekendmaken, staat in kleinere letters: “Studies naar opmerkelijke levensvormen”.
De doktor, die zijn naam heeft verbonden aan het blinkende bord op de gevel, leest de krant. Niet haastig. Integendeel. Zijn voeten op het buro, de stoel achterover, hij neemt er zijn gemak van. Beroepsmatig geïnteresseerd leest hij de kleine kopjes die handelen over de opmerkelijke verdwijningen van enkele stuks vee, ergens ver weg van de grachtengordel. Veel trekt hij zich er niets van aan, dergelijke verhalen komen iedere zomer bovendrijven als er geen nieuws is.
Dr. van Leeuwenberg legt de krant weg en belt met de secretaresse. Of ze even koffie komt brengen.
“Natuurlijk, Ari,” zegt de secretaresse. Dr. van Leeuwenberg is geen formeel type.
Na een eindeloos lijkende studie bij een reeks van universiteiten over de hele wereld had hij uiteindelijk toch moeten gaan werken. In een dolle bui had hij een subsidieaanvraag ingediend voor wat uiteindelijk zijn instituut was geworden. Ieder jaar kwam er een vracht met geld binnen, hij hoefde er enkel een karig rapport tegenover te stellen. Ari was een week lang dronken geweest toen hij de positieve beslissing op zijn aanvraag binnenkreeg.

De deur gaat open. Hilde komt binnen. Met de bestelde koffie. Ook Hilde wordt riant betaald van de subsidie, zij is dan ook zeer loyaal naar haar gulle werkgever toe. Dienstreisjes, congressen, Hilde gaat altijd mee.
Ze heeft een paar enveloppen bij zich.
“Hier is de post, Ari.” Hij knikt en pakt de bezorgde couverts aan. Hij is zeer gesteld op zijn post.
Hilde verdwijnt geluidloos, ze weet dat hij nu weinig aandacht voor haar heeft.

De letters lijken van het papier af te springen. Ongelovig leest Ari steeds weer langs de regels en probeert te begrijpen wat er staat.
Totaal onvoorbereid op de aard van de boodschap die het ministerie hem per brief liet brengen.
“Opheffing subsidie, te weinig resultaat, bezuinigingen.” Met een woest gebaar gooit Ari de brief weg. Het papier dwarrelt neer op het buro. Op de krant die hij net aan het lezen was.
Het probleem wat als een donderwolk opdoemde aan de horizon verandert in een vriendelijk voorjaarsregentje als Ari de oplossing voor zich ziet.

De Achterhoekse Yeti. Het staat toch in de krant ?
Een onderzoek is vereist. Door Ari zelf. En Hilde mag mee. En dan na een paar weken een mooi rapport de wereld insturen. Dan komt het wel weer goed met de subsidie. Zijn brein draait op volle toeren.
Publiciteit zoeken. Iedereen moet weten dat zijn buro bestaat. Dan kunnen ze hem niet zomaar uitgummen door een subsidie te annuleren.
Er komt een grijns op zijn gezicht. Hij zal ze leren…

Na een drukke tijd, er moet van alles aangeschaft worden, van foto- en video spullen tot nachtkijkers, kunnen Ari en Hilde eindelijk op pad. Terwijl Ari de spullen bestelde heeft Hilde het media offensief bestierd. Zodoende staan de kranten in de regio al snel bol van de berichten over de doktor die de Yeti komt vangen.
Toegegeven, het is een beetje uit de hand gelopen, en Ari was ook best wel boos toen hij het las, dat hij de Yeti zou vangen. Hilde bekende met een rood hoofd dat ze zich had laten meeslepen in de hitte van de strijd.
Creatief als Ari is komt de oplossing er bijna direct aan, naast de koffers die hij inlaadt in zijn Volvo Stationcar pakt hij een hele grote doos in.
Hilde doet nog snel een interview met een krant en verspreekt zich, ” de prof heeft een Yeti-val bij zich,” zegt ze langs haar neus weg, en vraagt de journalist nadrukkelijk om die opmerking niet te publiceren.
De volgende morgen staat het met grote letters in de krant.
“Yeti Jager klaar voor actie. ”

Het is een heel eind rijden, van de grachtengordel naar het hotel in het dorpje waar, in de omgeving, de meeste dieren verdwenen zijn. Ari en Hilde zijn een beetje beduusd van het aantal kilometers dat ze nog op een tweebaans weg moeten afleggen voordat ze dan, na een aantal malen verkeerd gereden te zijn, uiteindelijk het dorpje bereiken. Hilde heeft na wat speurwerk twee kamers geboekt in een klein hotelletje in het nog kleinere dorpje. Ari hoopt er een paar rustige dagen door te brengen, geen gedoe, lekker met Hilde op stap, hij wordt er helemaal vrolijk van. Het lijkt wel vakantie.

Lang voor dat de Volvo het dorp indraait is het nieuws al bekend in het dorp. Het verhaal over de rare prof uit het westen die denkt dat hij een beest kan vangen. Met zijn secretaresse. Over haar gaan al snel hele andere verhalen.

Ari en Hilde pakken hun spullen uit en nemen hun intrek in het hotel. Als zij net gezellig aan het dineren zijn komt er een camera ploeg binnen. TV Oost. Ari wil hen op hoge toon duidelijk maken dat ze op moeten rotten als hij, net op tijd, het rode lampje op de camera ziet knipperen. Hij stemt natuurlijk in met een gesprek. Bij het haardvuur, ja, dat is een goed idee. Ontspannen en gezellig geeft Ari antwoord op de vragen die de presentatrice hem stelt.
Hij is de oprichter van het “Dr. van Leeuwenberg instituut”, dat klopt. Nee, hij heeft tot nu toe geen opzienbarende levensvormen kunnen aantonen, althans niet in de praktijk, maar hij wil met alle liefde aandacht besteden aan… De presentatrice stelt handig een volgende vraag. Het moet een beetje een luchtig programma blijven.

De volgende morgen komen er nog meer journalisten. Ari staat hen allen te woord. Intussen draaien zijn hersens op volle toeren. Hij zal nu echt op zoek moeten naar een hersenschim, naar iets wat enkel in het nieuws bestaat.
Hoe komt hij hier uit zonder zich belachelijk te maken ?
In ieder geval zal hij de indruk moeten wekken dat hij op onderzoek uit gaat. En net voor hij een volgende journalist te woord staat fluistert hij Hilde een paar instructies in. Ze knikt en verdwijnt. De volgende vragen gaan over de Yeti-val. Ari geeft ontwijkende antwoorden en slaagt erin om de pers ervan te overtuigen dat ze hem wat ruimte en rust moeten gunnen, anders kan hij zijn werk niet goed doen. Hij belooft plechtig dat hij ieder resultaat van zijn onderzoek direct zal melden.

In de middag verdwijnen de leden van de pers, Ari kan nu met Hilde op stap. Zij heeft wat informatie ingewonnen tijdens zijn persconferentie en ze weet nu precies waar de voetafdrukken zijn gevonden en welke boerderijen het meeste te lijden hebben van veediefstallen. Ari en Hilde trekken erop uit, met dictafoon en fotoapparatuur. Met lage snelheid stuurt Ari de Volvo over de wit-grijze klinkerweggetjes van de Achterhoek, slingerend tussen de weilanden, langs de bossen, met af en toe een boerderij.
Het duurt toch nog wel even voor ze de voetafdrukken hebben gevonden, in het dorp was Hilde met de stafkaart op stap geweest in de hoop dat iemand haar kon aanwijzen waar ze de meeste kans had om de afdrukken te vinden.
Ze werd van de één naar de ander gestuurd, en alle de mensen in het dorp spreken een taal die ze maar met moeite verstaat.
Na verloop van tijd werd ze een beetje kwaad, ze was begonnen met vragen bij de bakker. Deze keek bedenkelijk en verwees haar naar de slager. Na diep nadenken gaf de slager toe dat hij er wel iets van had gehoord, maar ze moest bij de benzinepomp wezen.
Op haar hoge hakjes liep Hilde zo het hele dorp af, tot ze uiteindelijk bij de hoteleigenaar uitkwam.
Hij wist waar ze moest zijn, en tekende het met een dun potlood aan op de kaart.
Hilde was moe, haar voeten deden pijn. “Waarom heeft u niet gezegd dat u bekend was met de plaats waar de sporen zich bevinden ?” vroeg ze een beetje geïrriteerd.
De hotelier keek haar vriendelijk aan. ” U heeft het me toch niet gevraagd, mevrouw, ik kon toch niet weten waar u op uit was ?”
Voor dat Hilde antwoord kon geven vroeg hij of ze wat drinken wil in de bar. Ze knikte en stapte met pijnlijke voeten naar een tafeltje, zich totaal onbewust van het spontaan ontstane en toen ook uitgevoerde komplot van de heren uit het dorp, zij wilden die knappe dame uit het westen zelf wel eens zien.

Hilde geeft aanwijzingen tot het punt komt waar ze te voet verder zullen moeten gaan. Ari neemt zijn spullen op en wandelt het pad af, Hilde volgt met de kaart. Na een paar keer fout lopen staan ze op de plek die gemarkeerd is op de kaart. Ari legt alles met een zucht neer en kijkt om zich heen.
Niets te zien natuurlijk.
Ze lopen nog en paar stappen heen en weer maar ook dat helpt niet. Net als ze min of meer besluiten om maar weg te gaan komt er een wandelaar aan. Beleefd vraagt Hilde of de man bekend is met de vermeende voetsporen. Hij knikt en wijst naar het weiland. Aan de overkant, tegen de bosrand aan, daar zullen ze het wel vinden.
Met moeite klimmen Ari en Hilde over het prikkeldraad, nagekeken door de wandelaar, die na een paar minuten hoofdschuddend verder loopt. De andere kant van het weiland. Hun mooie schoenen worden helemaal nat. En ze moeten ook nog oppassen, er ligt van alles tussen het gras.

Opeens zien ze het. Een afdruk. Een grote pootafdruk.
Ze zijn beiden toch wel een beetje onder de indruk. Ari maakt een paar foto’s, meet het allemaal eens op en hoopt maar dat niemand hen bezig ziet. Hij voelt zich totaal belachelijk.

Als ze klaar zijn gaan ze weer naar het hotel, om een hapje te eten. Pas bij het dessert valt het Hilde op. Het is niet druk in de zaal. Maar iedereen die er zit houdt hen in de gaten. Ari zit uitgebreid te eten, geniet van de wijn en bedenkt wat hij de rest van de avond zal gaan doen, tot Hilde een paar woorden op een papiertje krabbelt en het hem toeschuift.
” Alles kijkt naar ons. Straks zgn. op ‘onderzoek’? ” staat er op.
Inderdaad, als Ari een beetje omzichtig om zich heen kijkt, ziet hij het ook. Elke beweging wordt gezien. Alles wat ze doen is bekend.
Ari staat op. “Kom, we gaan eens op pad,” zegt hij duidelijk tegen Hilde en ze verdwijnen in de richting van hun kamers.
Hij stapt bij Hilde naar binnen om krijgsraad te houden. Ze besluiten om dan maar in volle bepakking dwars door het restaurant ‘op onderzoek’ te gaan, dan weet de pers straks tenminste dat er gewerkt word.
En zo gaan ze dan op stap, nagekeken door het hele dorp.

Ari rijdt de Volvo weer naar de plaats waar ze de afdrukken hebben gezien, parkeert de auto uit het zicht. Samen installeren ze zich aan de rand van het bos met nachtkijker en fototoestel. Nu maar wachten tot het donker wordt.
Langzaam gaat de zon onder, de schaduwen nemen het land over van het licht. Ari ligt plat op zijn buik achter zijn fototoestel, hij heeft een plaid uitgerold om het gras een beetje plat te drukken. Hilde ligt naast hem, ze heeft eigenlijk niets te doen.
Af en toe kijkt Ari niet naar het veld waar de Yeti moet opduiken, maar naar de rondingen vlak naast hem.
Net als hij besluit om het offensief te openen staat Hilde op. “Ik ga maar weer eens terug naar het hotel. Anders krijgen we nog praatjes in het dorp,” fluistert ze en nadat ze afgesproken hebben dat Ari haar mobiel zal bellen als hij weer opgehaald moet worden, verdwijnt ze in de schemering.
Hij kan niet anders doen dan instemmen, zoals zo vaak heeft ze gelijk. Ari blijft liggen, neemt zich voor om tot een uur of twee te wachten en dan Hilde wakker te bellen. En als ze hem dan komt halen dan… de slaap komt midden in zijn gedachten.

Hij wordt wakker als het licht is, zonder zijn ogen te openen herbeleeft hij de droom die hij vannacht had. Vooral die zware lucht is opvallend, en dan de harige klauwen die voorzichtig langs zijn wang streken. Een vaag gegrom, en het geluid van een camera, platgedrukt door een behaarde poot.
Ergens moet hij er wel om glimlachen, hij is nog maar een nachtje buiten en hij droomt er al over.
Koud en stijf is hij van een nachtje buiten slapen, voorzichtig opent hij zijn ogen.

Nu trekt de angst kil door zijn lijf. Overal om hem heen zijn diepe afdrukken, al de camera’s zijn platgetrapt. Met een angstige gil staat hij op en rent weg door de mistige morgen, alles achterlatend.
Hijgend komt hij aan bij het hotel, het is nog steeds vroeg, iedereen slaapt nog. Ari rent naar Hilde’s kamer. Hij ramt op de deur tot ze slaperig opendoet.
Het duurt lang voordat hij gekalmeerd is, Hilde doet haar best om hem te geloven. Het lukt niet erg, ze heeft het idee dat iemand een grap heeft uitgehaald met Ari.
Als hij uiteindelijk niet meer trilt gaat hij naar zijn kamer, om eens te douchen. Hij ruikt behoorlijk. De zware lucht uit zijn droom zweeft nog steeds zijn neusgaten in.

In de middag, na de lunch, gaan ze samen naar het afgelegen plekje om eens te kijken wat er nu aan de hand is. Hilde is wel verbaasd als ze ziet dat alles klopt wat Ari vertelde, maar ze blijft het idee houden dat er een grap is uitgehaald. Ari kijkt ernstig naar de vernielingen en de sporen. Hij knikt langzaam met zijn hoofd. Het zou best kunnen. Die boeren hier doen natuurlijk alles om in de publiciteit te komen.
Het ‘Loch Ness’ effect. Voor je het weet staat er een souvenierskraam in het bos.

En als ze dan een autoriteit kunnen overtuigen, iemand zoals hij; zijn hoofd gaat steeds sneller knikken. Dat volk hier moet niet denken dat ze hem voor de mal kunnen houden, vannacht zal hij hier weer zitten. En dit maal niet in slaap vallen !
Hij zal de mythe ontkrachten, en dan direct de gelegenheid te baat nemen om het bestaansrecht van zijn buro te bewijzen. Ook om vage verhalen op hun waarheid te toetsen is hij onmisbaar.

Als het weer avond is zit Ari weer op zijn post. Grimmig en vastbesloten om het raadsel op te lossen.

Hilde wordt wakker en kijkt op haar horloge. Het is al over negenen. Met een ongerust gevoel staat ze op, kleedt zich aan en rijdt met de Volvo naar de plek waar ze Ari achterliet.
De stilte is drukkend. Ditmaal zijn de camera’s blijven staan. Maar er zijn wel weer nieuwe sporen bijgekomen…

Ari is er niet.
Hilde spoedt zich terug naar het hotel.
Daar is hij ook niet.

Na twee weken wachten gaat Hilde maar naar huis.

De kranten staan er vol van.
De Yeti van de Achterhoek.

Hij bestaat. Echt.

1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (1 Beoordeling, gemiddeld: 5,00 van 5)
Loading...


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Beoordelingen
Gesponsorde links
Recente reacties
Meer gesponsorde links