Kassa drie
Even kijkt ze verveeld voor zich uit, de klanten die zich gewoonlijk in rijen bij haar kassa opstellen zijn allen nog bezig met het laden van de wagentjes in de winkel.
Op momenten van ledigheid wordt ze geacht om zich bezig te houden met het opruimen van haar werkomgeving, zoals het ongeveer in haar arbeidsovereenkomst staat.
Ze kijkt om zich heen en besluit om maar even te wachten met opruimen, veel rommel ligt er niet en het is erg druk vandaag, de klanten stromen bijna doorlopend langs de kassa, aan rust is ze nog niet toegekomen.
Haar oog blijft rusten op een aantal artikelen rechts van de kassa.
Een leverworst, een pakje kauwgum, een doosje met tandenstokers.
Haar gezicht verraadt een klein dilemma. Zal ze de kassa sluiten en de spullen die daar terecht zijn gekomen netjes terugleggen in de winkel of niet ?
Ze kijkt op, de winkel in. Mensen lopen heen en weer. Veel mensen.
Het zal een kwestie van seconden zijn voordat iemand haar kassa ziet, een kassa zonder rij.
Ze besluit om te blijven zitten, het is de moeite niet, voordat ze is opgestaan zal er toch wel weer iemand komen om af te rekenen.
De leverworst. Hoe komt die nu hier terecht ? Even trekt een frons voorbij, dan klaart het weer op.
Die leverworst, ja, die hoorde bij die man met de baard, die grote baard, geen idee hoe oud die man was, het was niet te onderscheiden.
Hij legde een pak melk op de band, met een kuipje boter, wat vleeswaren en die leverworst. Samen 11 gulden 25.
De man had slechts een tientje bij zich.
Ze herinnert zich nog duidelijk de verwarring die ze bij hem veroorzaakte toen ze het bedrag noemde.
Paniekerig ging zijn linkerhand over de boodschappen, hij wist niet welk artikel hij nu achter moest laten.
Uiteindelijk stopte de hand bij de leverworst, die moest dan maar niet meegenomen worden.
Hij bood aan om de worst terug te brengen, maar dat hoefde natuurlijk niet.
“Dat regelen wij wel meneer”, had ze vriendelijk geglimlacht terwijl ze de worst naast zich neerlegde.
Terwijl de man zich verontschuldigde voor het oponthoud vroeg ze zich af of hij werkelijk niet begreep dat zijn aanbod om de worst weer terug te leggen alleen maar meer oponthoud genereert bij de kassa.
Toen ze hem het wisselgeld had overhandigd was de man bijna weggerend, zo schaamde hij zich.
Het pakje kauwgum. Dat was een heel ander verhaal.
De jonge vrouw die het had laten liggen viel op door haar arrogante manier van doen.
Nadat al haar boodschappen waren aangeslagen kwam ze bij het afrekenen tot de ontdekking dat ze nog ‘even’ een potje jam moest halen, met een valse glimlach die ze vriendelijk bedoelde liep de vrouw de winkel in om na geruime tijd weer terug te komen.
De mensen in de rij begonnen te mopperen.
De caissière kon de betaling niet annuleren, er moest nog betaald worden. Of de chef moest erbij komen om met zijn sleutel de transactie een stap terug te zetten.
Daar had ze al helemaal geen zin in.
Enkele klanten gingen met een chagrijnig gezicht naar een andere rij.
Toen de vrouw dan weer bij de kassa stond legde ze een potje jam en drie pakjes kauwgum neer.
De cassière telde het allemaal netjes op en rekende toen af.
Ook nog met de airmiles pas aan de gang die de vrouw uit haar portemonnee opviste.
Een lichte zucht van verlichting trok door de rij wachtenden toen de vrouw eindelijk vertrok nadat ze een cheque had uitgeschreven omdat ze haar pincode niet meer wist.
Eerst kreeg de automaat de schuld, maar ze zag net op tijd in dat ze met het volharden in de aanklacht ze zich daarmee helemaal belachelijk zou maken.
Nadat de vrouw zich een kartonnen doos had toegeëigend uit de stapel uitgepakt winkel materiaal begon ze om haar verworven spullen in te pakken.
De cassière was inmiddels met de volgende klant begonnen, die stond ongeduldig op zijn tenen te wippen, alsof hij nodig naar het toilet moest.
Ze merkte het pakje kauwgum pas op toen ze zich omdraaide om het houten plankje wat het gedeelte waar de gescande spullen naar toe rollen in tweeën deelt weer naar rechts te duwen.
Uit gewoonte draaide ze zich om, ze zag de vrouw net naar buiten lopen, haar net iets te strakke stretch broek in tijgermotief spande zich om haar net iets te dikke benen.
De cassière pakte het pakje kauwgom en legde het naast de kassa. Het zou kunnen dat de vrouw haar betaalde kauwgom nog kwam opeisen.
In dat geval lag het netjes bij de kassa. Netjes toch ?
De tandenstokers. Van wie was dat ook al weer ?
Die meneer met die rare neus ? Nee, die was het niet.
Ze peinst verder, nu wil ze het weten ook.
Haar gezicht licht op als ze het weer weet.
Die rare lange man met een T-shirt aan wat hem veel te groot was. Bovendien had het kledingstuk een motief wat je eerder bij een overmaatse brugklasser zou verwachten dan bij een volwassen man.
Hij had zijn boodschappen op de band gelegd, een krop sla, een verpakt brood van het allergoedkoopste soort en een pak gesteriliseerde melk.
De krop sla lag op de tandenstokers, de cassière wist wel zeker dat hij ze op deze manier aan het oog wilde onttrekken om ze zo gratis mee te nemen.
Toen ze de tandenstokers wilde pakken begon de man te sputteren.
Hij had helemaal geen behoefte aan tandenstokers. Sterker nog, hij wilde helemaal geen tandenstokers, hij wist ook niet hoe ze op de band bij de kassa terecht waren gekomen.
De klant heeft altijd gelijk, en dus had de cassière de tandenstokers maar naast zich neer gelegd om ze straks weer in de winkel te leggen.
De klant betaalde en blies de aftocht.
De cassière ziet weer een klant op zich afkomen die de vrije kassa heeft opgemerkt.
“Goeiemorgen”, zegt ze vriendelijk.