Liegen

Liegen

Op een of andere manier zijn wij zo gewend geraakt aan onwaarheden dat het geen mens meer stoort. Een doorlopende stroom van half gemeende wensen komt over de gemiddelde klant heen tijdens het boodschappen doen op een zaterdag.
“En nog een prettig weekend,” zegt de cassière hartelijk tegen iedere betalende klant.
Zou ze dat bij iedereen menen ? Of is het in opdracht van de filliaalchef, die weer op zijn beurt instructies ontvangt van het hoofdkantoor ?
“Elke medewerker van onze winkelketen dient zowel verbaal als non-verbaal een prettige attitude uit te stralen,” zoiets staat er vast met regelmaat in de nieuwsbrief.
De chef pakte een woordenboek uit de kast en heeft het ongeveer als volgt aan zijn medewerkers uitgelegd.
“Wat er ook gebeurt in de winkel, je blijft netjes en beleefd! Ik wil enkel en alleen vrolijk personeel op de werkvloer.”

Het personeel volgt het dringende advies netjes op.
En nu denk je als klant dat iedereen je aardig vind. Vriendelijk gaan de vakkenvullers voor je aan de kant, knikken je beleefd toe als je je door de winkel worstelt.
De jongedame die de artikelen langs de lasergestuurde aftaster haalt (soms vraag ik me wel eens af welke vreselijke volksziekte er nog voort zal gaan komen uit die voortdurende blootstelling aan monochromatisch licht) kijkt je aan alsof ze op z’n minst wel met je uit eten wil.
Voor de argeloze burger is het net alsof er een prettige sfeer in de winkel aanwezig is. Slechts een scherp waarnemer ziet het leed achter de façade van de alom tegenwoordige glimlach.

De twee dames van de afdeling vleeswaren kijken elkaar niet aan. Stug kijken ze elk voor zich uit. Pas als er een klant in de buurt komt gaat de knop om, plotseling zijn ze beiden even vriendelijk en gedienstig als de rest van het personeel.
Hoe zou dat in elkaar steken ? Hebben ze ruzie ? En zo ja, waarover ? Heeft de linkerdame het gehakt met ongewassen handen in de schaal gelegd en heeft de rechterdame het gezien? Kwam er toen, voor de winkel open ging natuurlijk, een woordenwisseling op gang, en zijn er toen misschien harde woorden gevallen ? Werd het zo erg dat de linkerdame uitriep, “zo, dan heb je tenminste wat te zeuren,” en toen met duivels genoegen eens flink in het gehakt spuugde ?
Of zijn het de enige twee dames in de winkel die nog een greintje eerlijkheid in hun lijf hebben en gewoon rustig allebei met een pesthumeur op het werk aanwezig zijn ? Tenslotte is het een hele opgave om de hele dag voorkomend en beleefd te moeten zijn. Daar word je niet vrolijk van.

Bij de kapper is het al precies het zelfde. Tijdens de kappersopleiding schijnt er veel aandacht besteed te worden aan het vak ” lege praatjes en valse complimenten”.
Zodra de klant in de stoel plaatsneemt zet de kapper zijn mond op de automatische piloot en begint met zijn conversatie. Over het weer, de prestaties van het voetbalelftal, zonder na te hoeven denken babbelt de kapper aan een stuk door.
De klant moet toch het idee krijgen dat hij van harte welkom is ?

Ik doe mijn boodschappen in een hele goedkope supermarkt. Zo goedkoop dat er immer een lange rij staat voor de kassa. Erover klagen heeft geen zin. Als de chef al zin heeft om antwoord te geven dan roept hij iets in de geest van, “als ik er meer personeel bij zet dan stijgen de prijzen en dan loopt er weer iemand anders te zeuren.”
En dat is als hij een goed humeur heeft. Meestal doet hij alsof hij doof is. Of hij kijkt je aan met een licht waanzinnige blik die elke vorm van kritiek direct smoort. Zo gaat het ook met opmerkingen over een beperkte houdbaarheidsdatum, of suggesties over het assortiment.
Klanten moeten inladen, betalen en wegwezen. Er is geen tijd voor praatjes, laat staan voor beleefdheden.

Mijn kapper kijkt gestoord op van zijn koffie als ik de winkel binnen kom. Ik hang mijn jas op en neem plaats op de bank. Ik weet uit ervaring dat ik eerst moet wachten tot hij zijn kopje heeft leeggedronken. Dat doet hij steevast op dezelfde manier. Eerst probeert hij net te doen alsof ik er niet ben en drinkt hij met kleine slokjes. Maar al snel besluit hij dat, als hij dan toch aan het werk moet, hij het maar beter direct kan gaan doen. Met een zucht staat hij op en bromt iets waardoor ik weet dat ik op de stoel kan gaan zitten.
Totaal niet geïnteresseerd vraagt hij wat mijn wensen zijn en doet zijn plicht.
Heerlijk !

Want in deze tijd waarin liegen geen kunst meer is, maar een gewoonte is geworden, geniet ik elke keer weer van korzelige middenstanders die nog eerlijk zijn in hun omgang.
Zij zijn een voorbeeld voor de rest van de maatschappij.
De enkele keer dat zij wel vriendelijk zijn weet je tenminste dat het een gemeende hartelijkheid is, niet één die voorkomt uit een tomeloze geldlust.

Hoe anders zou Nederland eruit zien indien de aan oneerlijkheid grenzende beleefdheid werd afgeschaft ?
Als iedereen net zo chagerijnig is als hij zich voelt ?
Geen noodzaak meer tot valse beloftes en niet gemeende glimlachjes, nooit meer ongemeende complimentjes.

Goed, het zou wel even wennen zijn.
Want de waarheid is hard.
Maar al snel komen de voordelen naar boven. Je weet wat je aan elkaar hebt. Geen wantrouwen meer. Geen onderdrukte frustraties meer, alles wordt eruit gegooid.
En dat scheelt weer hartkwalen, onduidelijke hoofdpijnen en een reeks van vage klachten; psychiaters kunnen allemaal parttime gaan werken vanwege de daling in het aantal patiënten.
De wachtlijsten in de gezondheidszorg verdwijnen, er blijft zelfs geld over in deze sector.
Agressie in het verkeer is verleden tijd, er zijn immers geen onderdrukte gevoelens meer, alles is er al uitgegooid.
Wat een rust zou dat geven.



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>